60 minuten – Dynamic Interrelatedness in an Era of Disasters (Charlene Spretnak) 

60 minuten – Dynamic Interrelatedness in an Era of Disasters (Charlene Spretnak) 

Het artikel is vrij te downloaden op www.ecopsychology-journal.eu. 

 Haas: De auteur drukt ons met de neus op de feiten: de kans is reëel dat ook wij in de komende decennia in één of andere klimaatramp terechtkomen, bijvoorbeeld overstromingen of hittegolven van ongekende omvang. Of dat door opwarming en milieuverstoring een nieuwe epidemie uitbreekt of dat wij te maken zullen krijgen met een grote toestroom van klimaatvluchtelingen. Hoe zullen wij ons persoonlijk en als samenleving handhaven in het op ons afkomende tijdperk van ineenstortingen en rampen? Hoe kunnen we ons daarop voorbereiden?   

Klapekster: Het is geen klimaathysterie, het is realisme, het is de consequenties onder ogen zien van de roekeloze milieuafbraak door onze fossiele verbrandingseconomie. We moeten ons voorbereiden op de op ons afkomende catastrofes.  

Als we kijken naar Trump nu: dit lijkt het einde van het klimaatverhaal. Alles wijst erop dat het een verloren zaak is. 

Ik heb net nog een dramatisch artikel gelezen (A third of the Arctic’s vast carbon sink now a source of emissions, study reveals). De permafrost in Arctisch gebied is nu snel aan het dooien en er dreigen gigantische hoeveelheden CO2 vrij te komen. 

Haas: En methaan ook. 

Klapekster: Ja, maar in het artikel ging het over CO2 en niet over het methaan. 
Het Arctisch gebied nam tot nu gemiddeld CO2 op maar dat is aan het keren door complexe evenwichten die verschuiven. Er zitten enorme hoeveelheden CO2 in de grond die nu vrijkomen door activiteit van bacteriën. 
 
Het wordt warmer en de grond begint te dooien. Er komt meer plantengroei. Dat vermindert de CO2 eventjes omdat die planten CO2 uit de lucht opnemen en vastleggen in de bodem. Maar er is ook de werking van bacteriën die de opgeslagen CO2 net weer vrijgeven aan de lucht. 

Om ons te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatontwrichting, kijken we dikwijls naar materiële ingrepen die nodig zijn. Maar wat de psychische gevolgen zullen zijn, de ontreddering als we denken aan die branden nu in Californië? Probeer je voor te stellen wat dat betekent: ineens ben je alles kwijt, je hele leven is weg, 8000 boeken, alle foto’s, alles van de kinderen, liefdesbrieven, … . 

Het gaat ook over ontheemding: mensen hebben geen plek meer, moeten opgevangen worden. Er ontstaan spanningen. 

Haas: En dat zijn dan gemiddeld rijke mensen waarschijnlijk daar? 

Klapekster: Nee dat is niet zo. Die branden treffen toch weer vooral de onderlaag van de bevolking. En de rijken hebben wel de middelen om (elders) opnieuw te beginnen. 

Haas: Maar ja, die zijn ook alles kwijt natuurlijk. 

Klapekster: Ja, dat klopt. Daar zie je goed het verschil tussen symbolische, emotionele waarde en materiële waarde. 

Kruisspin: Leven de rijken sowieso al niet in minder kwetsbare gebieden? Dat is toch dikwijls zo. Alhoewel: er is het voorbeeld van Los Angeles, de ‘firebelt’ die in de media kwam en de woningen van bekendheden die in rook zijn opgegaan. 

Klapekster: Ik had nooit stil gestaan bij de problematiek van het niet-voorbereid-zijn op rampscenario’s die nu al opduiken ten gevolge van klimaatontwrichting. Daarrond zouden we eigenlijk een project moeten opzetten: gemeenschapsvorming om ons voor te bereiden op wat op ons afkomt. 

Haas: Is dat niet een beetje wat men met transitiesteden voor ogen had? 

Klapekster: De uitgangspunten waren daar wel anders dan wat in dit artikel beschreven wordt. De auteur heeft het o.a. over Community Economics. Een interessant thema waar je veel over te weten komt op de website van Helena Norberg-Hodge en dat behandeld wordt in haar boeken en films. 

Kruisspin: We hebben het nog niet over het meest belangrijke thema van het artikel gehad: het recent gegroeide inzicht dat wij zelf op het diepste fysiologische niveau geen afgescheiden, autonoom functionerend individu zijn maar relationeel met ons sociaal en natuurlijk milieu verbonden zijn.  

Haas: Ja, al van voor de geboorte. 

Kruisspin: Het feit dat 20 jaar inzichten in de genetica ons heel anders moeten doen kijken naar hoe een mens functioneert.  

Volgens de oude mechanistische en reductionistische visie zijn wij in ons doen en laten geprogrammeerd door ons DNA. ‘Met het ontrafelen van het DNA weten we dus zowat alles over onszelf’. Ondertussen is gebleken dat de wijze waarop de instructies in ons DNA worden geactiveerd, medebepaald worden door de sociale en ecologische context. Dit is het onderzoeksgebied van de epigenetica. Wij zijn meer dan ons genetisch vastgelegd zelf we zijn inderdaad een relationeel zelf.  

Klapekster: Ja dat is natuurlijk juist. 

Kruisspin: Dat is waar Dynamic Interrelatedness (in de titel van het artikel) over gaat. 

Klapekster: Ja, en ik dacht “Maar dat weten we toch … dat we ‘interrelated’ zijn”. De relatie tussen moeder en kind moet goed zijn, … . Maar zij spreekt van revolutionaire inzichten die de laatste 20 jaar ontstaan zijn over de diepte van dat relationele. Dat de epigenetische processen invloed hebben op de fysiologie. Op het hartritme, op allerlei fysiologische processen in het lichaam. Het relationele heeft psychische maar ook duidelijke fysieke gevolgen. 

Kruisspin: ja zelfs op de lengte van telomeren, een onderdeel (laatste stukje) van chromosomen. Die telomeren hebben te maken heeft met verouderingsprocessen. Misschien te technisch om uit te leggen, maar kort: men weet dat telomeren (die in elke cel in ons lichaam voorkomen) bij oudere cellen korter zijn. Korte telomeren maken ons vatbaarder voor ouderdomsziekten. Nu, als jongeren blootgesteld worden aan geweld (enkel al het zien van geweld), is aangetoond dat de telomeren korter worden. M.a.w. het zien van geweld doet verouderen. 

Klapekster: Dat is denk ik waar zij op wijst, dat de laatste tien, twintig jaar kennis naar boven komt die ons zelfbeeld radicaal verandert. Ik weet niet of dat hetzelfde is, maar Donna Haraway heeft het in de biologie over ‘We are multitudes’ en we zijn ‘symbionten’, een soort afbraak van de voorstelling van een afgebakend, op zich zelf staand individu. 

Charlene Spretnak, de auteur van het artikel, is een Amerikaanse ecofeministe, een vooraanstaande vertegenwoordigster ook van de diepe ecologie, net als Joanna Macy, Dolores LaChapelle en Freya Matthews. Het is opvallend dat het vooral de vrouwen in de diepe ecologie zijn die de nadruk leggen op het relationele, de verbondenheid. Dat is wat Arne Naess (1912-2009) als de hoogste norm en waarde van zijn ecosofie vooropstelde: een zelfrealisatie die niet beperkt blijft tot het ik-zelf maar zich verruimt en uitbreidt naar de medemensen en naar de natuur. Charlene Spretnak schreef hierover ook het boek  Relational Knowledge. 

Haas: Ze verwijst naar het gunstig effect van contact met de natuur in een genezingsproces. Bijvoorbeeld een patiënt in een ziekenhuis geneest sneller als die vanuit zijn kamer zicht heeft op natuur of groen. Zelfs afbeeldingen van natuur in de kamer hebben al een gunstig effect op de genezing. 

Ik moet zeggen dat ik bij het lezen van de tekst regelmatig moest denken aan een oorlog zoals in Gaza. Wat zullen de gevolgen zijn van de traumatische ervaringen voor huidige en komende generaties? En dat geldt natuurlijk voor alle oorlogen. 

Klapekster: Ja, daarover zegt Spretnak dat het van cruciaal belang is hoe je omgaat met dergelijke catastrofes als je daarin terechtkomt. Hoe handelen mensen best om veerkracht te versterken? Hoe handel je in zo’n situatie als gemeenschap: hoe help je elkaar? We zijn daar totaal niet op voorbereid. 

Haas: Ja, haar oplossingen zitten in het versterken van gemeenschapsbanden om voorbereid te zijn, om veerkracht te ontwikkelen en te versterken. Maar dat vraagt uiteraard om de bereidheid om de realiteit onder ogen te zien terwijl deze bereidheid vandaag en in de meeste gevallen toch opvallend afwezig lijkt. 

Kruisspin: Dat bedenk ik mij ook dikwijls. Hoe begin je daar in godsnaam aan? 

Klapekster: Het zou interessant zijn om mensen bijeen te brengen om daar verder over na te denken. Dit artikel ook eens in de Groene partij moeten worden besproken, vooral dan op gemeentelijk niveau. 

Kruisspin: Spretnak was trouwens een van de medeoprichters van de groene partij in Amerika. 

Haas: Ik heb de indruk dat de groene partijen wel radicale ideeën (idealen) kunnen hebben maar dan weinig draagvlak hebben. In Amerika betekent de groene partij toch niets? En als ze toch meer aanhang krijgen is dat omdat ze afdwalen van hun idealen om in het politieke systeem te passen, verkiesbaar te zijn. 

Kruisspin: Er zitten in het artikel wel enkele concrete ideeën om dat relationele op de kaart te zetten. 

Bijvoorbeeld de Bosscholen (Forest Schools): ze verwijst naar een Duits en Scandinavisch model dat vandaag in heel wat landen bestaat. Bosscholen zijn gericht op jonge kinderen die in een natuurlijke omgeving spelen en leren, daarbij risico’s leren in te schatten, leergierigheid wordt gestimuleerd, creativiteit, communicatievaardigheden, … .  

Spretnak heeft het ook over “Community Preparedness”: hoe kunnen we klaar zijn, ons veerkrachtig opstellen in geval van rampscenario’s (zoals Corona)? Op niveau van bijvoorbeeld een wijk kan een hulpstructuur opgezet worden waarbij bewoners een specifieke rol opnemen. Jongeren ontfermen zich bijvoorbeeld over minder mobiele ouderen. Je organiseert dus een gemeenschap, een netwerk om elkaar in nood te helpen. En uiteraard zorgt dat ook voor verbinding los van eventuele rampen. 

Klapekster: Zo’n georganiseerde aanpak maakt op zo’n moment, als zo’n ramp zich voordoet, een ongelooflijk verschil. 

Haas: Ik denk ook dat dat een moment kan zijn waarop je elkaar echt nodig hebt, dat je alleen weinig kan doen. 

Klapekster: Ja, en je deelt de omstandigheden, je beleeft de miserie samen. 

Kruisspin: Je begrijpt elkaar. 

Klapekster: Het is duidelijk dat het ook wel echt inspanning vraagt, het is een omvangrijke organisatie. En het gaat verder naar het voorzien van basisbehoeften, voedselvoorziening en zo. Dat er vooraf al voor gezorgd is dat er lokaal voedsel beschikbaar is. 

Haas: Ja, voorwaarde is zeker dat dat zeer lokaal is, want de mogelijkheden om zo maar eender waar naartoe te rijden zijn er niet. 

Nu, een bedenking die ik eerder al maakte: je zit met een relatief beperkt aantal mensen die nu al voldoende bewust zijn van één en ander. 

Klapekster: Ja, dat is inderdaad het beginprobleem. Ik heb gisteren nog een discussie gehad met een 100% hypermodernist die zich totaal geen zorgen maakt. “We gaan dat allemaal oplossen en we zijn daar al mee bezig. Langs alle kanten worden er nieuwe technologieën ontwikkeld en worden er maatregelen genomen om de bestaande problemen het hoofd te bieden. We moeten stoppen met het volstrekt overdreven pessimisme en met de mensen bang te maken.” De man was zo overtuigd van zijn visie dat ik aan mijn eigen standpunten zou gaan twijfelen. 

Haas: De economisten relativeren ook de problemen: “We gaan toch vooruit. We moeten groeien, …”. Die zien dan toch niet wat er aan het gebeuren is? 

Klapekster: We mogen ervan uitgaan dat er in de wetenschap consensus bestaat rond klimaatontwrichting, biodiversiteit en andere problemen. De erkenning dat er problemen zijn, dat er genoeg feiten zijn die één en ander aantonen. 

Maar dan heb je dus de optimisten die misschien wel de feiten zien maar er geen probleem van maken. 

Kruisspin: Daarbij denk ik altijd dat het nog mooier zou zijn als we geen problemen creëren. Dat er besef is van de impact die we als mensen hebben op de omgeving, ook zonder kennis van de wetenschappelijke feiten.  

Haas: Ja, het staat zo in contrast met de wereld, hè? Ook het politieke spel tussen China, Amerika en Europa, die gaan er toch gewoon vanuit dat de economie blijft groeien. 

Klapekster: Gisterenavond, tijdens een wandeling passeerde ik de jeugdherberg. In de grote verlichte eetzaal zat een hele groep jonge mensen die allemaal achter hun laptop of tablet zaten. Misschien waren ze aan een bepaalde opdracht aan het werken ofzo, maar toch … Dat kwam zo bij mij binnen… Je gaat stilstaan bij vroeger en bij mijn jeugd en de spelletjes die wij speelden ’s avonds.   

Daar gaat het natuurlijk ook over, wat de gevolgen zijn van het gebruik van laptop, tablet, smartphone. Alles wijst erop dat dat enorme gevolgen heeft. 

Het discours over de eenzaamheid sluit daar natuurlijk ook aan bij aan. Daar hoor je tegenwoordig ook veel over. Dat is een grote nieuwe volksziekte, de eenzaamheid en vereenzaming van mensen. 

Haas: Dat hangt ook samen met het individualisme. Het maximum uit jezelf halen, als je er zelf maar komt. Maar dat valt natuurlijk soms al eens tegen en dan heb je niemand anders.  

Klapekster: Ja, neem nu het klassieke onderwijs, dat zet zich volledig in op het individu, dat moet opgevoed en gekwalificeerd worden, mondig moet worden en zich moet kunnen ontplooien. De vraag is of in het licht van de nieuwe inzichten in onze diepe relationele bepaaldheid en met het oog op de sociale bekwaamheden die in de toekomst vereist zullen zijn niet andere klemtonen moeten worden gelegd. Dat jongeren op hun eentje dagelijks uren gekluisterd zijn aan een scherm, maakt hen hoe langer hoe meer sociaal angstig. In een ramp zal van iedereen sociale topprestaties vereist zijn om de psychische ontwrichting te boven te komen. 

Haas: Het is voor veel mensen ondertussen moeilijk om nauw samen te leven met anderen. Dichtbij zijn, kan ontzettend moeilijk zijn. 

Klapekster: Ja, als je niet zo op dezelfde golflengte zit, dan is het direct moeilijker. Ik ervaar dat toch …  

Kruisspin: De vraag is in hoeverre dat een gevolg is van een cultuur waarin je leeft. Al blijven mensen natuurlijk verschillend, ook binnen eenzelfde cultuur.  

Klapekster: Maar misschien zijn die verschillen ondertussen ook uitvergroot door de individualisering. Ik las onlangs een krantenartikel over een jonge vrouw die lip fillers had laten inspuiten en daaraan was overleden. 

Eekhoorn: Dat hangt natuurlijk samen met instagramisering van het schoonheidsideaal. 

Klapekster: Ja, maar hoe moet je daar nu op reageren? 

De klassieke liberale houding is natuurlijk “Dat is toch gewoon jou keuze”. Dat behoort tot de persoonlijke autonomie van die persoon en niemand heeft daar iets over te zeggen. 

In andere culturen heb je het andere extreem: totale controle en intolerantie. Bijvoorbeeld in Iran. 

Je voelt intuïtief dat daar iets niet klopt, van weerskanten. Ja, in die samenleving en in de manier waarop mensen menen dat zij met zichzelf kunnen doen en laten wat ze willen… 

Vanuit meer rechtse cultuurkritiek, zou men zeggen dat het een vorm van decadentie is. Maar ja, wat is decadentie? Dan is een discussie op zich. Wat versta je daar onder en waar begint en stopt dat.  

Kruisspin: Ik vraag me af hoe het zou zijn als het relationele, waar het in het artikel over gaat, ingeburgerd zou zijn. Dat daar aandacht voor is vanaf de prille opvoeding van kinderen, dat empathie vanzelfsprekend is, dat er een groot besef is van die interne en externe invloeden. Ik vraag mij af hoe de wereld eruit zou zien dan. Maar misschien is dat een veel te naïeve gedachte. 

Als we kijken naar de inheemse volkeren bijvoorbeeld dan zitten een aantal van die waarden wel in hun cultuur. Om die cultuur staande te houden in de huidige omstandigheden is wat anders.  

Klapekster: Anderzijds zie je in inheemse culturen soms voor ons vreemde dingen. Bijvoorbeeld het gebruik van een lipschotel. Hoe sta je daar tegenover? Dat heeft natuurlijk een symbolische functie binnen de cultuur. Er is eigenlijk een relationele context. 

Dat is dan al een verschil met het geval van de lip fillers of een neusring. Dat zijn radicaal individualistische keuzes. 

De moderne tijd is natuurlijk ook een bevrijding uit een bepaalde dwang van dat relationele. De autonomie die is bevochten tegen een soort onderdrukkende relationaliteit. De hiërarchie van de kerk en de dorpsgemeenschap en de sociale dwang die daarmee gepaard ging, enzovoort.  

Haas: Ja, ja, de gelijkheid man – vrouw, de rolverdeling. Dat is allemaal veel vrijer nu. Of tenminste dat proberen we toch. Dat individuele heeft ook voordelen, je hebt ook de ruimte. Je wordt niet bekeken of niet te veel afgeremd. Je kan je ontwikkelen naar eigen keuze, maar in welke richting dat is dan weer wat anders. En voor ons is dat inderdaad belangrijk. We hebben die vrijheid nodig hé.  

Kruisspin: Er zijn in het verleden veel goeie dingen gedaan rond vrijheid. Omwentelingen die nodig waren. Maar als je dan kijkt naar wat vandaag liberale partijen onder vrijheid verstaan. In eerste instantie minder belastingen en dus meer geld om van alles te kopen. Daarbij eindigt de nagestreefde vrijheid al lang niet meer waar de vrijheid van anderen in het gedrang komt. Een zeer individualistische vrijheid van het ik-zelf. Er is geen reflectie over wat vrijheid betekent in een door en door relationele wereld, een niet slechts sociaal maar ook ecologisch relationele wereld. 

Klapekster: Dat zijn natuurlijk complexe issues. We zijn vrij, maar aan de andere kant zitten we ook zo bekneld in een bepaald systeem waar wij dus in moeten meegaan. De bureaucratisering, wat je allemaal in het oog moet houden en zien dat het in orde is … 

Kruisspin: Dat past dan allemaal ook wel in een systeem dat bedacht is of geëvolueerd is, waar geld een rol in speelt, dan moet je veiligheid inbouwen zodat er geen misbruik is van dat geld, etc. Dus kunnen we een systeem voorstellen waar minder bureaucratie mogelijk en nodig is? 

Haas: Ervan uitgaande dat de burgers rechtschapen zijn. 

Klapekster: Dat vraagt dan kleinschaligheid, zodat de complexiteit gereduceerd wordt.  Ja, Er is een spanning tussen dat lokale en dan dat globale. Een heel moeilijk thema.  

Kruisspin: Als mensen meer voelen dat ze daadwerkelijk met concrete anderen verbonden zijn, dan veronderstel ik dat ze ook minder gaan zoeken naar connectie via Facebook en andere sociale media. Meer face to face dan Facebook. Misschien zouden mensen niet zo erg hunkeren naar aandacht via sociale media. 

Haas: Ik denk ook aan influencers op sociale media. Wij gaan wel eens naar het theater. Heel dikwijls wordt daar minstens een hint gegeven van de grote problemen. Er wordt luid geapplaudisseerd als er iets maatschappelijk gezegd wordt waar blijkbaar die zaal mee instemt. 

Maar ten opzichte van influencers met miljoenen volgers en de boodschap die zij brengen, betekent dat weinig. 

Klapekster: Ja, ik sta daar vrij ver van af. Ik lees wel dat sociale media en influencers een enorme invloed gehad hebben op de verkiezing van Trump.  

Tijd om deze 60 minuten af te ronden, maar belangrijk om deze tekst bij te houden. Die bevat mooie aanzetten over het relationele en die verbondenheid, ook met het oog op de toekomst als we echt te maken krijgen met die rampscenario’s. 

We besluiten met de laatste inspirerende zinnen uit het artikel van Charlene Spretnak: 

 “Onthoud dat elke persoon die je tegenkomt een wonder is van onderlinge relaties en creatieve mogelijkheden. Onthoud dat een vriendelijk woord van jou in deze stressvolle tijden onmiddellijk het wezen van de ander vult, omdat het helemaal tot op celniveau wordt waargenomen, uitstraalt en zich verspreidt door subtiel vibrerende velden van onderlinge verbondenheid. Onthoud dat een hard woord hetzelfde zal doen. Inter-actie is intra-actie, dus laten we dat doen met stille vreugde, fascinatie en waardering – nu we het weten.” 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *