60 minuten – Onze Natuur

60 minuten – Onze Natuur

Het panel van Aardewerk buigt zich over de documentaire Onze Natuur. Deze natuurfilm wist dit jaar meer dan tweehonderdduizend kijkers naar de bioscoop te lokken. Omwille van redenen van privacy krijgen de panelleden de naam van een hoofdrolspeler van de documentaire. Keuze zat: in de film waren er zesennegentig diersoorten te zien. We winden de koekoeksklok op en gaan van start:

 

Eerste minuut

Merel fluit alvast een interessant nieuwtje: in de lente komt er andere documentaire in de bioscopen. Regisseur Cees van Kempen trok er vier jaar voor uit om de terugkeer van de wolf in Nederland vast te leggen. Het resultaat Wolf is bij ons binnen enkele maanden te bekijken.

Everzwijn: Wat was de eerste indruk van Onze Natuur?

Klapekster: Het was goed in beeld gebracht. De cinematografie is vrij spectaculair. Ik vraag me wel af of het een realistisch beeld geeft van wat onze natuur is. Kan ik dit bij wijze van spreken in mijn eigen achtertuin aanschouwen of moet ik me enkele weken verbergen in een beschermd natuurgebied? De film was een aangenaam tijdverdrijf, maar iets te licht verteerbaar.

Glimworm: Je komt die dieren buiten niet gemakkelijk tegen.

Bever: Hangt er vanaf hoe je de natuur in gaat. Met een telescoop en veel tijd kan je aardig wat zien.

Everzwijn: Enkele beelden werden in een studio opgenomen.

Bever: De paring van de lentevuurspin. Veel natuurfotografie wordt in een studio gemaakt. Sommige dieren worden dan eerst in de koelkast gestoken om ze wat slomer te maken.

Vuurvlieg: Het opzet was om de kijker een gevoel te geven van verbluffing. Dat er achter die muur van lintbebouwing een andere werkelijkheid ligt. Het viel me op dat de planten de grote afwezigen waren in deze documentaire. Maar hoe breng je planten in beeld zodat het interessant is om ernaar te kijken, zodat het iets doet met de kijker?

Minuut vijf

Vuurvlieg: Ik heb me geërgerd aan de muziek omdat die alles zo dramatisch maakte en gebruikt werd om de boel op te jutten. Het was bedoeld om de spektakelwaarde van de beelden te verhogen. Dat vond ik problematisch, omdat het wijst naar een dieperliggend probleem: het beeld van de natuur. En daar pasten de planten natuurlijk niet in. Ik heb ondertussen hierover enkele mensen van de filmploeg gesproken en er is daaruit een mea culpa gevolgd. Ze hebben beloofd om de volgende keer meer moeite te doen om de planten meer ruimte te geven.

Klapekster: Als je een camera op een plant richt, gebeurt er op het eerste gezicht niet veel. Maar je kunt dat toch inkaderen door gebruik te maken van een voice-over?

Salamander: BBC heeft The Private Life of Plants gemaakt, een reeks over planten. Het is dus wel degelijk mogelijk. Daarin maken ze gebruik van time-lapsefotografie. Processen die voor ons zeer traag verlopen, worden versneld afgespeeld en dat levert meer actie op.

Glimworm: Ik heb me ook gestoord aan de afwezigheid van stilte. Terwijl ik dat zo’n essentieel element van de natuur vind. Ik was heel teleurgesteld dat daar geen rekening mee werd gehouden.

Minuut tien

Vuurvlieg: De film is een voorproefje van een reeks op Canvas. Dat verklaart ook waarom er zo’n hype werd gecreeërd.

Merel: Er gaan nog episodes volgen waarin er meer aandacht is voor de problematiek rond de natuur.

Vuurvlieg: Dan hoop ik dat ze ook meer oog hebben voor het beeld dat ze van de natuur verspreiden. Er wordt voortdurend gevochten. De vraag is: wat voor beeld van de natuur ontstaat daar? Het versterkt eigenlijk de vervreemding, in de zin van: zo zijn we niet, dit is een andere wereld. Dit is buiten ons en we hebben daar niks mee te maken. Ik vind dat de kloof tussen cultuur en natuur breder wordt gemaakt.

Merel: Het voelt een beetje verouderd aan qua stijl. Ik heb de indruk dat er veel documentaires bestaan die daar anders mee omgaan. Zonder muziek voelt het veel tastbaarder aan. Dit is heel afstandelijk.

Salamander: Die afstandelijkheid wordt gecreëerd doordat de mens uit beeld blijft. In meer eigentijdse producties zie je dat de mens meer en meer in beeld sluipt. Bijvoorbeeld dat er in bepaalde scènes te zien is hoe mensen op het land werken.

Minuut vijftien

Klapekster: Dat is hier totaal niet aan de orde. Ze hadden ook op de muur van een huis een spinnetje kunnen filmen. Dat had de natuur in de mensenwereld getrokken. Maar in Onze Natuur trekt men expliciet een lijn: het begint in Brussel, Berlaymont, een stoet van auto’s… en dan gaat de camera naar een parkje waar er eekhoorns lopen. De voice-over benoemt dat ook: zelfs op de drukste plaats ligt er een andere wereld verborgen. En daarna krijg je niks menselijk meer te zien.

Everzwijn: Er is de scène van de ooievaars op het vuilnisbelt.

Klapekster: Dat was een heel sterke scène. Daar zaten ze er pal op.

Minuut twintig

Klapekster: Wat ik gevaarlijk aan de film vond is dat ik de zaal verliet met een gevoel van amai, er is nog veel natuur hier in dit land.

Vuurvlieg: Dat was expliciet de bedoeling: laten zien dat er nog veel is en de mensen aanzetten dat te beschermen.

Vliegend Hert: Ik ben met een niet erg kritisch gezelschap naar de film geweest en die deelden dat gevoel. Missie geslaagd.

Salamander: Dat vind ik gevaarlijk. Het is een effect dat heel gemakkelijk wordt bereikt. Zeker als dat verbonden is aan die ronkende titel: Onze Natuur. Dat gaat al in de richting van hoe de N-VA de Vlaamse canon wil inzetten om een bepaald doel te bereiken.

Minuut vijfentwintig

Vuurvlieg: De maker van de documentaire is een internationaal gerenommeerde natuurfilmer die voor National Geographic heeft gewerkt. Er lagen al langer plannen op tafel om iets te maken over de Belgische natuur. Hij heeft zijn expertise toegepast op de situatie hier. Hij zei zelf: ik was verrast om te zien hoeveel er nog is. Terwijl je toch zou denken dat hier niks meer te zien is.

Merel: Ze hebben het allemaal in Wallonië gefilmd. (algemeen gelach)

Vliegend Hert: Is het erg dat mensen in bewondering staan na het zien van de film?

Klapekster: Ik ben bang dat men dit zal aangrijpen om in bijvoorbeeld de stikstofdiscussie te zeggen: waar maken we ons eigenlijk zorgen over?

Minuut dertig

Everzwijn: Enkele jaren geleden hadden de werkgeversorganisaties het nog over “groen fanatisme” toen de zeldzame lentevuurspin de plannen voor de aanleg van een industrieterrein leek te doorkruisen. Zoveel jaren later is ze de ster van Onze Natuur.

Klapekster: Het is moeilijker om iets te beschermen dat niemand kent.

Salamander: Het lijkt mij dan geen toevallige keuze te zijn om met dat diertje aan de slag te gaan.

Vuurvlieg: De film beschermt vooral het bestaande natuurbeschermingsmodel zoals we dat hier kennen: kleine plekjes waarin die andere wereld kan blijven bestaan. Maar het zegt niets over hoe we als samenleving moeten leren omgaan met die natuur op alle plekken. Het laat niets zien over entanglement: leven met en in de natuur.

Merel: Terwijl Hendrik Schoukens onlangs nog pleitte voor natuurherstel overal.

Hagedis: In Zwitserland en Duitsland kopen ze stukken grond op om te verhinderen dat ze zouden verdwijnen voor bijvoorbeeld een vliegveld.

Minuut vijfendertig

Klapekster: De beste manier om de natuur te beschermen is om te leren samenleven met de natuur. Glenn Deliège is bijvoorbeeld bezig met natuurinclusief bouwen zodat dieren gemakkelijker hun plaats vinden. Ook de landbouw moet de natuur meenemen in z’n processen in plaats van er tegen te vechten.

Bever: Dat is een interessante discussie: kiezen we voor landbouw met een natuurfunctie of natuur waar de mens niets mee te maken heeft?

Vuurvlieg: Het is evenzeer een oude discussie. Die rewilding-mensen stellen dat landbouw nog meer moet intensiveren zodat er op een nóg kleinere oppervlakte kan worden geproduceerd. Op die manier ontstaat er meer ruimte voor wilde natuur.

Hagedis: Ik mis in die discussie het respect voor het bodemleven. Uit een dode bodem kan je geen levend voedsel winnen.

Merel: Dat aspect laten wij in de Aardewerk-opleiding wel aan bod komen.

Minuut veertig

Salamander: Ik begrijp dat er vanuit de hoek van de rewilding niet per se aandacht is voor entanglement. Hoe zit dat juist?

Merel: Dat is een heel modernistische visie.

Vuurvlieg: Het is een kluwen van problemen. Daar zouden we een Zomerweek aan kunnen wijden. Je kan dat abstract beredeneren, maar om zoiets concreet te maken in een land als België… Het is mooi om over verwevenheid te praten, maar je zit met een feitelijkheid van een hoog-verstedelijkt leefgebied. Rewilding stoot ook op die grenzen. Er lopen momenteel in Europa tien rewilding-projecten, allemaal aan de rand: in de Karpaten, in de balkan. Het is bijna onmogelijk om in het centrum zo’n project uit te voeren. Wie heeft de politieke moed om autowegen, dorpen en voorsteden te verwijderen? Voor bruinkool is dat geen probleem, maar om de natuur te rewilden…

Minuut vijfenveertig

Vliegend Hert: Kan je van Onze Natuur verwachten dat ze heel die problematiek uitspit?

Merel: Ik twijfel of de kijker een band voelt met de natuur die getoond wordt.

Salamander: Je moet kijken naar wie die film heeft gemaakt en wat diens beweegredenen zijn, zoals je met elk cultuurproduct moet doen. Waarom wordt iets op een bepaald moment en op een bepaalde manier gemaakt?

Klapekster: Belangrijker is: wat gebeurt ermee? Het effect is belangrijker dan de intentie.

Salamander: Ja, maar dat heb je niet altijd onder controle. Het kan alle richtingen uitgaan.

Klapekster: Hoe explicieter je problemen benoemt in het cultuurproduct dat je maakt, hoe kleiner de kans dat symbolen gerecupereerd worden.

Minuut Vijftig

Vuurvlieg: Welk soort natuurwaarde wordt er eigenlijk in deze film getoond?

Vliegend Hert: De enorme diversiteit aan natuur. En die indrukwekkende manier waarop de soorten zich behouden. En dat er daaruit een soort van bewondering vloeit. En een verlangen om dat te beschermen.

Merel: Het probeert een inzicht te verschaffen in hoe de natuur werkt.

Klapekster: Reconnecteren, eigenlijk.

Vuurvlieg: Is het een soort esthetisering?

Vliegend Hert: Dat maakt er zeker deel van uit. Ik denk ook dat er een urgentie in zit: we zijn als soort ook bedreigd als we de natuur bedreigen. In die zin is die verbinding er wel.

Vuurvlieg: Komt dat in de film naar voren?

Glimworm: Dat zou je als kijker zelf moeten concluderen.

Salamander: Het interessante aan die film is tot welk publiek het zich richt. Wil men eerder een breed publiek aanspreken? Want dan heb ik de neiging om af te haken.

Vliegend Hert: Ik niet. (lachend) Ik zou graag zien dat een breed publiek geïnteresseerd is in natuur.

Salamander: Het lukt zelden om een breed publiek aan te spreken. De mensen die al overtuigd waren, zullen zich aangesproken voelen.

Klapekster: Ik denk toch dat het breder gaat met deze film.

Minuut vijfenvijftig

Salamander: Zal deze film effectief verandering met zich meebrengen? (algemene stilte)

Merel: Alleen al het feit dat deze documentaire in de bioscoop draait, en dat er nog een hele serie op komst is, is een stap in de goede richting.

Het deurtje van de koekoeksklok gaat open en een houten vogeltje komt tevoorschijn. Het teken dat de zestig minuten voorbij zijn en er een einde wordt geroepen aan de bespreking van de film.

Eén gedachte over “ 60 minuten – Onze Natuur

  1. Samen met Denise, mijn echtgenote, heb ik toevallig (kaarten overgenomen van mensen die onverwacht niet konden gaan) een avant-première meegemaakt van ‘Onze Natuur’ met live orkest in de Koningin Elizabethzaal in Antwerpen.
    Er waren de nodige inleidende woordjes, met de nodige aandacht voor de sponsors, en dat leverde een opmerkelijk spektakel, dat mogelijks iets zegt over de achterliggende motieven van de opdrachtgevers om deze film te maken.
    De inleider (naam vergeten) had het voortdurend over de of onze ‘Belgische’ natuur. Toen kwam de CEO van de VRT, een van de belangrijkste sponsors van de film, Frederik Delaplace aan het woord. Hij had het voortdurend over de ‘Vlaamse’ natuur! Tenslotte kwam de inleider terug aan het woord en die sprak terug over de ‘Belgische’ natuur.
    Zo zie je maar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *