Gesprek met Jeanneke van de Ven

Gesprek met Jeanneke van de Ven

… voor velen lang het gezicht van Aardewerk.

Jeanneke, geboren net na de tweede oorlog, een symbolisch moment, als oudste van negen kinderen in een klein dorpje in Nederlands Noord-Brabant.  Vanaf haar tiende jaar bracht ze acht jaar door op kostschool, waarna zij psychologie ging studeren. In de jaren 70 is ze in België komen wonen en ze ontpopt zich als een feministe. Op de vraag wat toen voor haar het grootste verschil was tussen Nederland en Vlaanderen, antwoordt ze zonder enige twijfel: “ de taal, veel woorden begreep ik niet ”. Haar volwassen leven wordt geleid door de zoektocht naar maatschappelijke verandering, naar een rechtvaardige en ecologische samenleving.  Die zoektocht ging gepaard met talloze acties, haar huis leek soms meer op een vergaderhuis met allerlei werkgroepen. Dit heeft onmiskenbaar invloed gehad op haar kinderen die elk op een eigen manier in haar voetsporen treden en waarover ze  trots spreekt  “Het gevoel, er moet gewerkt worden in en aan een betere samenleving, hebben ze van jongs af aan ervaren”.

Aardewerk sprak met Jeanneke, over Aardewerk, over de vrouwenbeweging, over allerlei andere initiatieven en over haar inspiratiebronnen.

Aardewerk:  Laat ons even terugblikken, wanneer is jouw zoektocht en actief streven naar een andere samenleving begonnen.  

Jeanneke: Aanvankelijk vanuit mijn persoonlijke situatie. Ik ben in ’78 in België komen wonen, samen met mijn toenmalige man. Daarvoor was ik hem al gevolgd naar Afrika toen hij daar werkte voor de Verenigde Naties. Afrika was op zich een geweldige verruimende  ervaring voor mij. Ik werkte er vanuit het ministerie van sociale zaken met de vrouwen in de wijken en gaf les aan sociaal assistenten. Wellicht is mijn persoonlijke zoektocht daar begonnen. Het leven in de rol van vrouw van een belangrijke Europees ambtenaar lag me niet. Ik woonde hier nog maar net, met drie kleine kinderen en ik kende helemaal niemand in heel België. Mijn man ging elke dag naar Brussel en ik dacht: ik ga de andere kant uit, richting Leuven.  Ik ben stap voor stap uit die rol en dat leven gestapt. In Leuven ben ik naar het vrouwenhuis gegaan en de bal is aan het rollen geraakt. Daar had je een aantal werkgroepjes over de maatschappelijke situatie van vrouwen.  Al vrij snel werd me gevraagd om in het vluchthuis te komen werken. Ik heb er zeven jaar gewerkt als vrijwilligster. Eerst in Leuven, maar daarna was ik ook betrokken bij de oprichting van andere huizen. Dit was de beginperiode van de vluchthuizen, einde jaren 70 en begin jaren 80. De vluchthuizen zijn een product van de vrouwenstrijd, van het  feminisme van de tweede golf waarbij veel aandacht was voor onderlinge solidariteit.

Was het vrouwenhuis de start van andere activiteiten en acties?

We hadden een heel sterke vrouwengroep in het vluchthuis, een  grote groep met 20 tot 30 actieve vrouwen en er broeide en bloeide van alles. We hebben de groep vrouwen tegen het militarisme opgericht. Bij onze kennissen en vrienden zaten een aantal  totaalweigeraars. In het verhaal van de totaalweigeraars  herkenden we de verhalen de vrouwen in het vluchthuis. Het vluchten, het moeten onderduiken en achtervolgd worden. We ontdekten de raakvlakken tussen de vrouwenbeweging en de vredesbeweging. We voerden allerlei acties, zoals het verzet van vrouwen tegen kernwapens aan de luchtmachtbasis van Florennes.

Een andere actie in 1985, die bekend werd als het verhaal van ‘de drie Leuvense vrouwen’, werd in de pers uitvoerig gevolgd en becommentarieerd.  We zijn aanvankelijk met twee, met later nog een derde activiste, opgepakt naar aanleiding van een antimilitaristische actie in Leuven. De actie bestond uit het spuiten van pacifistische graffiti op allerlei patriarchale gebouwen. De keuze van de gebouwen was al even belangrijk als de slogans zelf: ‘zij komt’, ‘vrouwen tegen militarisme’. Daar hebben ze mij opgepakt en samen met nog een andere vrouw heb ik een maand in voorlopige hechtenis gezeten in Vorst. De aanklagers waren ziedend, er was buitensporig veel politie op de been bij ons proces.

De gevangenisperiode is lang geleden en ik wil er niet te veel over uitweiden, maar ik dacht wel veel aan mijn kinderen. Mijn moederschap was natuurlijk mijn achilleshiel in dergelijke omstandigheden. Ze werden gelukkig goed opgevangen door hun vader en de school.

Uit deze actie en de aanklacht is een heel sterke groep ‘Vrouwensolidariteit’ ontstaan om alles wat er gebeurde op te vangen. We werden veroordeeld tot de periode van de voorlopige hechtenis en een schadevergoeding. Door Vrouwensolidariteit was er zoveel geld verzameld dat we dit zonder probleem konden betalen .  Er was zelfs nog een overschot dat we hebben geschonken aan De Morgen, die toen op sterven na dood was. 

Hoe ben je dan uiteindelijk vanuit de vrouwenbeweging terecht gekomen bij de ecologische beweging?

Ik had een praktijk als psychotherapeute. Ik vond psychotherapie op zich wel belangrijk, maar tegelijkertijd is het een erg individualistische benadering van veel problemen, terwijl ik besefte dat heel wat thema’s in mijn therapiekamer ook maatschappelijke problemen zijn,  problemen die te maken hebben met de maatschappelijke positie van vrouwen. Mijn praktijk gaf me geen voldoende antwoorden. Ik ging als aanvulling op zoek naar een meer maatschappelijk gerichte benadering en die heb ik gevonden bij  Elcker-Ik in Leuven, een maatschappijkritische vormingsorganisatie. Als halftijdse kracht werd ik verantwoordelijk voor de vorming rond duurzame ontwikkeling. Niet dat ik een grote specialist was op dat vlak, integendeel. Vaag herinner ik me een vrouwencongres in Ierland waaraan ik deelnam en waar ecologie aan bod kwam. Ik was er niet echt mee bezig, maar ik probeerde mezelf zo goed mogelijk te informeren en heb toen veel gelezen. Het was de tijd van de Club van Rome en daarna van de conferentie van Rio in ‘92, die ons wezen op de gevaren en de samenhang van allerlei wereldproblemen zoals overbevolking, voedselproductie, vervuiling, industrialisering, achteruitgang van de biodiversiteit, en ons waarschuwden voor wat ons te wachten stond. Al snel besefte ik ook dat vorming niet voldoende was en dat het opentrekken naar alternatieve maatschappelijke modellen noodzakelijk was.

Om mezelf bij te scholen en te verdiepen schreef ik me in op een zomerweek  (1989) georganiseerd door Ploeg, de vormingsinstelling van Agalev, over diepe en radicale ecologie onder leiding van een groep met Ulrich Melle en Frederik Janssens.  Hun bedoeling was om naast de groene partij de groene beweging nieuwe impulsen te geven. Ik kende daar niemand en had mij gewoon ingeschreven, maar die week heeft bij mij wel een klik gegeven. Wellicht had ik me ingeschreven op het thema ecofeminisme, maar alle belangrijke stromingen van de radicale ecologie  kwamen aan bod. Het werd duidelijk voor mij, met dit gedachtegoed wil ik bezig zijn. 

Ik heb daarna altijd deelgenomen aan de zomerweken en ging samenwerken met de initiatiefgroep. Na vier zomerweken werd in 1992 Aardewerk opgericht.  Daarnaast was er een samenwerking met de Groene Filosofen[1] en schreven we het boek “Voeten in de Aarde”. Dit vormde een mooi overzicht van het gedachtegoed van een aantal radicaal-ecologische denkers en stromingen.

Over dat gedachtegoed en jouw inspiratiebronnen

Er zijn veel auteurs die me inspireerden en nog inspireren, maar aanvankelijk waren dat vooral de vrouwen waarmee ik aansluiting vond vanuit de vrouwenbeweging: de ecofeministes Maria Mies en Vandana Shiva. Daarna leerde ik via Aardewerk Rudolf Bahro kennen, Arne Naess, Ivan Illich, Val Plumwood, Hannah Arendt, Joanna Macy en niet te vergeten Henry Thoreau.

Belangrijk voor mij waren ook, en zijn nog altijd, Ullrich Melle, die ik al die tijd heb ervaren als een goede inspirerende vriend en compagnon de route binnen Aardewerk, van wie ik op theoretisch vlak veel geleerd heb en Ton Lemaire als een goede vriend met zijn vele prachtige boeken, die in zijn inspirerende eenvoudige levenswijze in de praktijk brengt wat hij schrijft.

Het is moeilijk om deze uitgebreide literatuur samen te vatten, maar om ons een idee te geven kan je er één of twee uitnemen  en iets meer toelichten?

Ik voelde me zeer aangesproken door het boek ‘Logik der Rettung’ (1989) van Rudolf Bahro met zijn omvattende radicale analyse van onze industriële samenleving en zijn uitwegen daaruit. Het was Ullrich Melle die ons in Aardewerk vertrouwd maakte met het gedachtegoed van Logik der Rettung. Op het gevaar af het boek tekort te doen, wil ik enkele van zijn ideeën naar voor schuiven. Bahro gaat in zijn analyse diep in de geschiedenis van de mensheid op zoek naar de wortels van de milieucrisis in wat hij de logica van de zelfvernietiging noemt: met als bepalende historische stadia: de conditio humana, het patriarchaat, de europese kosmologie, de dynamiek van het kapitaal, het industrieel systeem dat tenslotte uitmondt in het exterminisme. Vanuit zijn analyse van onze exterministische samenleving pleit hij voor de volledige ontmanteling van de  industriële productiemachine die als een pletwals over de aarde raast, en voor een uittochtbeweging uit de megamachine van industrie, kapitaal en wereldhandel. De druk van het menselijk productiesysteem moet met factor 10 verminderen, dit  betekent een culturele revolutie. De groene beweging/partij moet volgens hem niet de macht veroveren in het politiek-economische systeem, maar moet de uittocht uit dat systeem voorbereiden en zich opnieuw wortelen in de natuur. Het gaat dus niet om beter beheer of humanisering/ecologisering van het industriële kapitalisme, maar om het stilleggen en ontmantelen ervan.
De parlementaire democratie is volgens Bahro niet opgewassen tegen de overlevingscrisis: een standpunt dat in onze dagen van klimaaturgentie tot nadenken stemt.  We hebben nood aan een institutie die prioriteit geeft aan fundamentele levensbelangen. Alle belangrijke maatschappelijke sociale sectoren moeten weer in autonoom en democratisch zelfbestuur van de lokale gemeenschappen komen. Hij pleit voor concrete projecten van alternatieve communautaire levensvormen met een subsistentie-economie, voor een federatie van communes. Noodzakelijk is vooral een diepteverandering van ons bewustzijn, van onze subjectiviteit. Een moeilijk gegeven, maar hier raakt hij de kern van de culturele revolutie. Hij ziet de verdere ontwikkeling van de mens als ‘reis naar binnen’. Meditatie is de sleutel tot de ombouw van de subjectiviteit.

Kortom, het industrialisme, zegt Bahro, de globale en totale industrialisering van mens en natuur zal ook zonder nucleaire oorlog tot de zelfuitroeiing van de mensheid leiden.

Intussen zijn we dertig jaar later en als mensheid gewoon verder gegaan zoals we bezig waren.

Een tweede boek  waaruit ik veel inspiratie haalde is het boek ‘Ecofeminism’ (1993) van Vandana Shiva – Maria Mies. Voornamelijk de laatste twee delen over  ‘Subsistentie: vrijheid versus liberalisering’ trokken mijn aandacht en de nieuwe visie of ‘Het Subsistentie Perspectief’.

Maria Mies, die we overigens vorig jaar nog met een aantal Aardewerkers in Keulen bezochten, en met wie we verschillende keren in de zomerweken hebben samengewerkt, spreekt over consumentenbevrijding en over vrijwillige eenvoud in het bevredigen van onze basisbehoeften. In ‘Ecofeminism’ las ik over de Japanse Seikatsu Club in Japan, een initiatief voor directe producent-consumentrelaties, dat het directe model leverde voor de opstart van Voedselteams in Vlaanderen.

In ‘van rommel naar subsistentie’ beschrijven Vandana Shiva en Maria Miesj de schizofrenie van de  koopwaarproducerende samenleving, uitmondend in de conclusie dat we een nieuwe visie nodig hebben. Zij noemen dit ‘Het Subsistentie Perspectief’: een andere visie op ‘het goede leven’ dan die van onze huidige patriarchaal-kapitalistische consumptiesamenleving in een proces van stapsgewijze terugtocht uit de mechanismen van de economie van het geldgewin, en stapsgewijze terugwinning van de bekwaamheid tot subsistentie op alle levensterreinen. 

Raakt deze literatuur geschreven door deze vrouwen je op een andere manier?

Het ecofeminisme is een verzamelnaam voor zeer diverse bewegingen die gemeenschappelijk hebben dat zij alle wijzen op de kritische verbanden tussen de onderdrukking van vrouwen en de onderdrukking van de natuur.

In feministische kringen is vaak met veel argwaan naar deze benadering gekeken juist omdat in het verleden de associatie van vrouwen met natuur een grond van onderdrukking was: vrouwen behoren in het patriarchale denken tot het domein van alles wat niet mannelijk is en dus minderwaardig. Deze verschillende manier van denken over onderdrukking leidt natuurlijk ook tot andere opvattingen over bevrijding van vrouwen: van emancipatie naar het mannelijke domein tot verwezenlijking/bevrijding van het vrouwelijke.

Het ecofeminisme bestaat uit inzichten die niet uit de torens van de wetenschap afkomstig zijn, maar die op straat ontstaan zijn in de jaren zeventig-tachtig tijdens allerlei acties van vrouwen tegen milieuvernietiging en bedreigingen van het leven. In deze acties werden verbanden gelegd tussen patriarchaat en seksisme, militarisme, feminisme en ecologie.

Laten we de literatuur even loslaten en terugkeren naar de actiegroepen en nieuwe organisaties waarvan je een voortrekker was.

Het is niet omdat je veel boeken leest over wat er allemaal mis gaat dat het veel zal veranderen. Het organiseren en uitvoeren van nieuwe concrete projecten, zijn voor mij de stap verder die gezet moet worden. Maar de literatuur inspireert natuurlijk wel, zij zet je op sporen, op andere manieren van kijken en denken, van creatief naar de eigen samenleving te kijken en daar de mogelijkheden te zien. De mogelijkheden om te handelen, zoals ook Hannah Arendt zei, daarover gaat het. Laat mensen maar initiatieven nemen en mekaar inspireren.

 De boeken, Logik der Rettung’  en Ecofeminism zijn lang mijn ‘bijbels’ geweest als inspiratiebron voor diverse andere projecten binnen Aardewerk en Elcker-Ik.  Centraal in al die projecten is de zoektocht naar alternatieven, het anders wonen, het anders eten, een andere schaal, een andere mobiliteit, het anders leven.

Het voordeel van Elcker-ik was dat ik was ingebed in een organisatie waarin ik de ruimte kreeg om verder te gaan dan alleen vorming. Ik kreeg de kans om nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Het was een vruchtbare samenwerking tussen Aardewerk waar ik de ideeën vond en Elcker-Ik waar ik ze in de praktijk kon realiseren. Deze initiatieven zijn allemaal zelfstandig geworden en hebben hun plek veroverd in onze samenleving, soms met enige vertraging. 

Bijvoorbeeld Samenhuizen, ontstaan als een werkgroep en dan later een vzw. Gedurende jaren organiseerden we met een kleine groep van drie oprichters activiteiten rond gemeenschappelijk wonen, maar het kwam niet echt van de grond. Het bleef een kleine vrijwilligersorganisatie. In 2011 werd de organisatie erkend en gesubsidieerd als socio-culturele beweging voor volwassenwerk en het concept Samenhuizen, Co-housing en andere vormen van gemeenschappelijk wonen zijn sindsdien niet meer weg te denken. Zelf heb ik me toen terug getrokken uit de vzw.

De Transitiebeweging Vlaanderen is een ander voorbeeld dat aansluit  bij Aardewerk.  Rudy Dhondt kwam van een reis naar de UK terug met een enthousiast verhaal over Transition Towns. Rudy en ik zijn meteen begonnen in Vlaanderen. De transitiebeweging poogt een antwoord te geven op het doemdenken met een positieve benadering vertrekkend  vanuit lokale gemeenschappen en een antwoord zoekend op de toenemende onvrede met onze levenswijze gebaseerd op fossiele brandstoffen en de overconsumptie.  Met Myriam Wouters organiseerden we inloopdagen en tijdens die weekenden maakten we lokale groepen. Het verliep allemaal vrij organisch. We communiceerden aan de mensen, schrijf je in met één of twee andere mensen van jouw lokale gemeenschap, wijk of dorp en dit liep zeer vlot. De Transitiebeweging heeft niet zo veel financiële middelen en is niet uitgegroeid tot een sterke beweging, maar Transitie Vlaanderen heeft zeker heel wat initiatieven gestimuleerd. In de nasleep hiervan ontstonden tal van lokale projecten, groepjes die zich organiseerden rond deeleconomie, burgerinitiatieven gericht op anders consumeren, anders gebruik van energie. Kortom van alles gebaseerd op de transitie: het  moet niet noodzakelijk in hetzelfde format passen, als het maar in de goede richting verandert.

Het meest duidelijke initiatief ontstaan uit het werk binnen Aardewerk zijn de lokale voedselteams. Zoals ik reeds zei had ik in het boek van Maria Mies en Vandana Shiva gelezen over de Seikatsu-club in Japan,  een model dat werkt met directe relaties tussen lokale voedselproducenten en consumenten. In Japan ontstond die organisatie nav een vergiftiging in een lokale baai, waarop consumenten zichzelf voor hun betrouwbare voedselvoorziening gingen organiseren. Voor ons fungeerde het model als een tegenpool tegenover de steeds groeiende voedselindustrie met voeding die van de ene kant van de wereld naar de andere gesleept wordt. Door het aantal voedselcrisissen einde jaren 90 rezen bij een groeiend aantal consumenten vragen over de herkomst van ons voedsel.  Die wereldwijde markt kan niet blijven duren. Ik heb toen een open avond georganiseerd en het idee voorgesteld. Ik dacht, gewoon afwachten of er wat interesse is, maar het was een overrompeling. Er waren heel veel mensen in Leuven, producenten en consumenten, waarna ik vanuit Elcker-ik samen met Lieve Vercauteren van Vredeseilanden de voedselteams uit de grond heb gestampt. Nu zijn er, 25 jaar later, over heel Vlaanderen zo’n 125 goed werkende teams. Ik herinner me nog dat een vrouw uit de Boerenbond  me zei dat ze het heel erg jammer vond dat ze zelf niet op dat idee gekomen waren.   De voedselteams bevorderen het rechtstreekse contact met voedselproducenten , maar ook de agro-ecologische landbouw wordt ondersteund. In 2001 werd het een zelfstandige organisatie.  Het blijft een zoektocht naar een evenwicht tussen de mogelijkheden van lokale producenten en de soms uitgebreidere wensen van consumenten.  Ongetwijfeld hebben de voedselteams mede geleid tot allerlei kruisbestuivingen van andere korte keten initiatieven, zoals  buurderijen, pluktuinen, voedselbossen, coöperatieve winkels die zich toeleggen op lokale producten en andere.

We belanden bij Aardewerk.  Wat is er in de loop der jaren veranderd?

Aardewerk was aanvankelijk (1989) een initiatief van de Agalev vormingsdienst Ploeg met Frederik Janssens en Ullrich Melle, maar heette toen nog geen Aardewerk.  Het aanvankelijk doel was inspiratie te bieden aan de groene partij en vooral aan de groene beweging, het stimuleren van een  soort groene beweging naast een groene partij. De vorming bestond in die beginjaren vooral uit zomerweken rond Bahro en de radicale ecologie. In 1992 ontstond ook de samenwerking met Elcker-Ik. Aardewerk organiseerde inhoudelijke studiedagen en zomerweken. Langzamerhand werd duidelijk dat het radicale gedachtegoed voor heel wat inhoudelijke discussies zorgde over bijvoorbeeld het belang van duurzame ontwikkeling, een zo verwaterd concept dat ongeveer elke autofabrikant zich duurzaam noemt. De discussies raakten de kern, met wat Arne Naess aanduidt als the shallow and the deep long range ecology movement. We trokken ons een weekend terug in Spa met heftige discussies en dit eindigde in een splitsing. Enerzijds een groep mensen die Aardewerk verder vorm hebben gegeven en anderzijds mensen die zich minder konden vinden in het  radicaal ecologische gedachtegoed en een meer pragmatisch traject wilden volgen.

Aardewerk omschrijft zichzelf als volgt:

Aardewerk is een beweging, die vanuit de inspiratie van radicaal-ecologische ideeën aan maatschappelijke, culturele en persoonlijke verandering wil werken. Als dusdanig sluit Aardewerk zich aan bij het dissidente bewustzijn in vele maatschappelijke bewegingen en bij het wereldwijde verzet tegen natuurvernietiging, tegen uitsluiting, uitbuiting en sociale onrechtvaardigheid, tegen geweld en oorlog, en tegen zinledig consumentisme. Aardewerk schaart zich achter het ‘neen’ als verzetsmiddel, en wil samenwerken en samen strijden met basisbewegingen in noord en zuid voor een andere samenleving en een biofiele cultuur. Zij zoekt naar alternatieve visies op het samenleven en naar wegen uit de ecologische crisis. Aardewerk wil rond al deze thema’s, met name het thema van de radicale ecologie zoveel mogelijk mensen en groepen (dissident bewustzijn) verzamelen, om op die manier bij te dragen aan de noodzakelijke bewustzijnsrevolutie om de heersende crisis te bezweren.

In 2004 startte de 2-jaarlijkse opleiding. Ik organiseerde dergelijke langdurige opleidingen al in Elcker-ik over de Noord-Zuid verhouding, maar over ecologische onderwerpen slechts korte sessies van twee of drie avonden. Beetje nep, leek me, want zo een groot probleem kon je toch niet benaderen in een 3-tal avonden. Eerst waren de andere Aardewerkers wat terughoudend ten aanzien van het voorstel van een langdurende opleiding, maar ik heb doorgezet. En nu loopt de opleiding reeds meer dan 15 jaar.

Daarnaast zijn we op een gegeven moment zelf gaan schrijven. We geven of beter gaven altijd maar vormingen over wat anderen zeggen en schrijven. Heel wat  milieufilosofen en politicologen passeren de revue – en dat moet zo blijven in de opleidingen- maar we komen heel weinig naar buiten met wat we zelf vinden. Dit resulteerde in een intern project om een manifest te schrijven en dat is er toen gekomen.  Dat manifest is geen statisch gegeven en kan zeker aangepast worden. Ondanks de overeenstemming in onze visie, was het geen gemakkelijke opdracht die we onszelf toebedeelden. Er werd heftig gediscuteerd, het was best spannend, maar uiteindelijk hebben we ons manifest: voor de identiteit van een organisatie een belangrijke stap.

Als je terugkijkt naar het verleden, wat is er veranderd voor jou ?

Ik  voel dat ik nu minder kracht heb. Ik ben, historisch gezien, in een heel interessante periode jong geweest (en ouder geworden)..  Ik ben in 1945 geboren, vlak na de oorlog, in een klein boerendorp, met weinig complexe lokale relaties, althans zo leek het als kind voor mij, ook al hoorde ik later wel de verhalen over bv het regime van de pastoor. Maar voor mij was dat het goede leven, eenvoudig en hoopvol, dichtbij de natuur, ook al had ik als oudste van negen kinderen al heel jong een grote verantwoordelijkheid. Ik herinner me nog hoe wij als kinderen allemaal opgewonden roepend naar buiten liepen als er een auto aankwam en dat mijn vader de eerste auto van het dorp had. Dat is tekenend voor hoe de wereld in een heel korte periode – die van mijn leven – veranderd is, op iets meer dan 70 jaar tijd. Ongelooflijk. Het is een totaal andere cultuur, een totaal andere wereld geworden. Niet meer te herkennen. En ook al heeft de moderne tijd natuurlijk ook zijn voordelen meegebracht, er is ook erg veel waardevols verloren gegaan, een eenvoudige, lokale, rijke, spirituele en verbonden manier van leven.

Ik probeer wel optimist te zijn en in de toekomst te geloven, maar dan in de zin zoals Arne Naess dat verwoordt: op korte termijn een pessimist  en op lange termijn een optimist. 

Ik heb meer dan 20 jaar de coördinatie van Aardewerk gedaan en door dat werk was Aardewerk voor mij een goede manier om enerzijds inhoudelijk op ecologisch vlak en op de vele raakvlakken daarmee veel te leren, en anderzijds een organisatie te leiden die dieper graaft in wat er misloopt in onze samenleving. Ik heb me bij de projecten die ik opgestart heb, vaak laten inspireren door Rudolf Bahro, Maria Mies, Vandana Shiva met hun ideeën over kleinschalige ecologische gemeenschappen, communes, gemeenschappelijk beheer enz,  vertrekkend vanuit een ideaalbeeld, een totaal ander ideaalbeeld dan onze patriarchaal-kapitalistische consumptiemaatschappij. Zij leggen daarbij allen een sterke nadruk op het belang van een grote rol van vrouwen in het opnieuw vorm geven van de samenleving.

Ik denk dat we erg moeilijke tijden tegemoet gaan.  Uiteindelijk zal de omslag er moeten komen en het wordt een dramatische omslag in menselijke cultuur, maar het zal niet gaan zoals bijvoorbeeld Bahro gehoopt had: de maatschappelijke en spirituele ommekeer zal niet op tijd gerealiseerd worden. Het zal eerder iets zijn zoals Isabelle Stengers zegt: résister à la barbarie qui vient: hoe bereiden we ons daar op voor terwijl we onze solidariteit bewaren?   

En is er volgens jou iets veranderd met het ecologisch bewustzijn?

Het ecologisch bewustzijn is groeiend, maar vaak eerder uit schrik dan uit liefde.  Angst is een slechte raadgever. Wanneer je iets uit angst doet, dan is het waarschijnlijk niet blijvend.  De liefde vormt een steviger basis. Het hoopvolle is dat de liefde groeiend is, de liefde voor de natuur, voor het kleine en kwetsbare, het andere leven op deze aarde. Je merkt dit bv aan de initiatieven die jonge mensen nemen. We moeten leren met volledig andere ogen naar onszelf en de wereld te kijken. Laten we vanuit de liefde voor de wereld nu al gaan werken aan de voorbereiding van een andere  post-apocalyptische samenleving, waarin we als mens onze plaats en relaties in het grotere geheel volledig opnieuw zullen moeten leren begrijpen.

Interview Hilde Maelstaf

[1] Vanuit de bekommernis, een inspiratiebron te zijn voor de groene beweging werd in 1989 door Frederik Janssens en Ullrich Melle de ‘Werkgroep Groene Filosofen’ opgericht. Deze werkgroep is intussen ontbonden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *