Gesprek met Ullrich Melle

Gesprek met Ullrich Melle

Ullrich Melle geboren in Duitsland in de jaren 50 van vorige eeuw. Na het beëindigen van zijn doctoraatsstudie over Husserl kwam hij in 1979 naar België voor een aanstelling aan de KUL, waar hij zijn verdere professionele carrière bleef. Ecologische vraagstukken hielden hem al bezig tijdens zijn studententijd en hij stond mee aan de wieg van de groene partij in Vlaanderen en van Aardewerk. Aardewerk is ook vervlochten met zijn persoonlijk leven. Zijn kinderen nam hij mee naar de zomerweken en zijn huidige vrouw leerde hij kennen tijdens een Aardewerkopleiding.

Aardewerk: Laten we beginnen met een duik in het verleden. Wat heeft jouw interesse en passie voor een andere groene samenleving gestimuleerd?

Jaren 1970 met Club van Rome, Oliecrisis…

Ullrich: Zoals zovelen van mijn generatie ben ik onder de indruk geraakt van het boek “Grenzen aan de groei” van de Club van Rome. In 1973, een jaar na publicatie was de oliecrisis en  in 1975 verscheen in Duitsland een eco-bestseller die uitvoerig voortborduurde op de Club van Rome: “Ein Planet wird geplundert” van Herbert Gruhl. . Vanaf dan was ik helemaal gegrepen door het ecologische vraagstuk.

Tijdens mijn studententijd was dit geen discussieonderwerp. Ik studeerde van 1971 tot het einde van de jaren ‘70, wanneer ik mijn doctoraat beëindigde, en gedurende die 10 jaar – ik was ook een tijdje in Oxford –  heb ik moeten vaststellen dat het geen thema was. In Duitsland was het, zeker met de naweeën van 68, de tijd van het links radicalisme en linkse politisering, met de Baader-Meinhof-Groep als extreme uitloper. Zelf heb ik er nooit affiniteit mee gehad. Het was me te gewelddadig, te ideologisch, maar later ben ik een aantal onder hen tegengekomen in de groene beweging.

In die periode werd slechts een kleine minderheid door het milieuvraagstuk gegrepen.. Bovendien situeerde een deel zich eerder in de conservatieve hoek en was lid van CDU.  Dit is herkenbaar voor een deel van de groene beweging, ook in Vlaanderen waar Luc Versteylen, een van de grondleggers van Agalev, uit de katholieke wereld kwam. Ik was wellicht een uitzondering en de bovenvermelde boeken hadden me in hun greep. Het heeft me sindsdien aan de sombere kant gebracht met een apocalyptische, pessimistische stemming over de ecologische problemen.  De ernst werd door de politiek niet begrepen.  Gruhl heeft later nog een zeer pessimistisch boek geschreven waarin hij overtuigd is dat het nooit meer goed zal komen. Deze gedachtegang heb ik me eigen gemaakt en ik ben niet erg positief over de toekomst. Vooral in de jaren ‘80 vertaalde dit zich in mijn apocalyptisch taalgebruik. Als ik terugkijk naar lezingen die ik in die tijd gaf en de teksten die ik schreef, dan krijg ik het zelf lichtjes benauwd. Qua inhoud en visie ben ik niet veel veranderd en ik blijf apocalyptisch gestemd, zeker deze dagen, maar mijn taalgebruik is wellicht veranderd.

Jaren 1980, relatie met Agalev

Ik ben in 1979 naar Vlaanderen gekomen, naar Leuven.  Ik was het Nederlands nog nauwelijks machtig en heb me hier quasi meteen in de groene beweging gegooid. Niet in de filosofische, maar in de politieke zin, met het opstarten van de groene politieke partij Agalev . Aangezien ik de taal niet kende en te weinig wist over de Vlaming, over de cultuur en de specifieke mentaliteit leidde mijn engagement geregeld tot grappige situaties.

In die beginfase was er amper volk en met een handvol mensen wilde men een partij oprichten.  Magda Aelvoet, die later een centrale rol speelde in Agalev stond mee aan de wieg in Leuven. Op dat ogenblik hoefde je weinig te bewijzen. Door amper een paar zinnen uit te spreken, had je meteen vijf jobs aan je been. Je werd de voorzitter van het ene en de ondervoorzitter van het andere en de secretaris van nog iets anders.

In het begin van de jaren ‘80 was ik elke avond op stap voor Agalev. Ik was er helemaal weg van.

Leuven had een beetje een eigen positie, dat was in die periode de gematigde, eerder conservatieve vleugel van Agalev en stond tegenover Antwerpen, dat nogal links was. Het was een beetje Leuven en Brugge samen tegen Antwerpen en Gent. Het lijkt alsof ik er nu een karikatuur van maak, maar het geeft wel weer wat de situatie was. Alles lag open, niemand wist goed wat het zou worden en welke richting dat groene verhaal moest uitgaan. In Duitsland heeft men hetzelfde proces doorgemaakt. Er leek eensgezindheid over wat het niet mocht zijn: geen klassieke politieke partij. Er werd zelfs gegoocheld met termen als anti-partij, maar hoe dit eruit moest zien, daarover verschilden de visies.  Een aantal mensen uit de linkse hoek wilden een oud links project in een nieuw groen jasje steken, en uiteindelijk toch een klassiek partijapparaat uitbouwen. Er ontstond  spanning tussen twee fracties: partij-mensen en bewegings-mensen. De mensen die het groene project tot een beweging wilden laten vervellen, benadrukten dat de partij ten dienste zou moeten staan van de beweging. De beweging is de hoofdzaak, want anders kregen we weer een partij en een partijcultuur en -structuur die los kwam te staan van de beweging. Daarover waren voortdurend discussies. Zelf was ik eerder gewonnen voor een bewegingsstrategie en daarbij vond ik aansluiting bij Ploeg vzw, destijds de vormingsdienst van Agalev en vooral bij de directeur Frederik Janssens. Onze ideeën stonden op dezelfde lijn: niet eenzijdig toeleggen op partijwerking, partijorganisatie en verkiezingen, maar werken aan een beweging, het uitklaren van het ideologisch project, de inspiratie en de verspreiding hiervan. Hoe dit allemaal moest verlopen? Dat wisten we nog niet.

Als filosoof lag mijn interesse bij het uitzoeken van ideologische zaken en om dit verder vorm te geven stond ik in 1988 mee aan de basis van de oprichting van de studiegroep Groene filosofen.

De meesten kwamen niet uit het Leuvense en ik was een eenzame en nogal wantrouwig bekeken vreemde eend in de vijver. De KUL had toen een eerder anti-ecologisch imago. Zelf had ik hierover zware conflicten op het Hoger Instituut, maar aan Universiteit Gent met het engagement van o.a. Willy Coolsaet en Ludo Abicht waren hierover minder problemen. In Leuven Jef Peeters  erbij, later ook ook betrokken bij Aardewerk.

In 1989 werd er een Bahro-week georganiseerd, in feite de eerste zomerweek. De aanleiding was het verschijnen van zijn boek Logik der Rettung. Wer kann die Apokalypse aufhalten? Ein Versuch über die Grundlagen ökologischer Politik. in 1987[1] . Ik was daar helemaal door gegrepen en vond dat we het moesten gebruiken om het groene vraagstuk uit te klaren en een radicaal-ecologisch programma te ontwikkelen.  

Deze zomerweek ging door in Viersel, bij Luc Versteylen in de Brouwerij. Geen toeval, we wilden de band met de groene beweging en groene partij versterken. We hoopten dat dit gepercipieerd zou worden als een soort geste naar Luc Versteylen toe, een teken dat we wilden samenwerken met Agalev. Het was een heroïsche week omdat die oude brouwerij onbewoond was, niet gebruikt werd en het daar een ongelofelijk smerige boel was. Daarin verbleven wij een week in grote hitte met matrassen op de grond. Letterlijk, een beetje anders gaan leven….

We waren allen nog jong en dat was allemaal geen probleem, met de kinderen erbij. Mijn kinderen hebben daar positieve herinneringen aan, alles was zo avontuurlijk. Die zomerweek speelde zich nog af in de schoot van Agalev met de aanwezigheid van mensen van de partij zoals  Wilfried De Vlieghere, een medestichter van Agalev en toen parlementslid, later partijsecretaris. Marjet Van Puymbroeck, die later senator werd, kookte voor ons de  typische Vlaamse boerenkost met worst en stoemp, van vegetarisch of veganistisch eten was nog geen sprake. Het werd een groot succes.

Een jaar later deden we het nog eens over, nog eens in Viersel, maar de spanningen met Versteylen werden groter. Hij kon moeilijk accepteren dat er iets gebeurde waarvan hij niet de goeroe was en hij zag dat als een teken van wantrouwen. In 1990 keerden we een laatste keer naar Viersel terug, daarna is er nooit meer contact geweest met Versteylen en de groep rondom hem. Het leek alsof de afgelegde weg foetsie was. Tijdens de tweede Bahro zomerweek konden we mensen als Jef Ulburghs verwelkomen, maar ook opnieuw Wilfried De Vlieghere. Die tweede zomerweek was nog echt een zaak van de partij. Mensen werden persoonlijk uitgenodigd om deel te nemen omdat ze interessant waren voor de discussie over het groene gedachtegoed.

 De jaren 90 en het ontstaan van Aardewerk

Van Aardewerk was er nog geen sprake. Pas vanaf de derde zomerweek in de Hoge Rielen leek de inhoud voor de eerste maal op alle verdere zomerweken. Het ging niet langer uitsluitend over Bahro en was niet meer gericht op de betekenis voor de partij. Vanaf dan kwam er een breder aanbod, gericht op radicale ecologie, deep ecology van Arne Naess, Rudolf Bahro, Murray Bookchin en  Lewis Mumford .

Vanaf dan zien we verschillende mensen opduiken die zich later voor Aardewerk hebben geëngageerd zoals Hans Versteden en zijn vrouw Gerda, Roger Jacobs en Oswald Noppe[2].

Franz-Peter van Boxelaer , onze verbinding met Bahro, zagen we ook voor de eerste maal. Dit is eigenlijk het begin van Aardewerk. ( in het begin als , wat we nu ook terug zijn, een feitelijke vereniging). Deze derde zomerweek werd nog altijd georganiseerd met Ploeg, maar we hebben er een naam aan gegeven: Aardewerk. Een zeer belangrijke zomerweek was de daaropvolgende in 1992 in Bouwel. Op die zomerweek duikt Wim Asperslag op. Toen een jonge Vlaming die in Californië had gewoond en met Joanna Macy samenwerkte. Hij was helemaal thuis in wat we kunnen omschrijven als de Amerikaanse versie van de diepe ecologie, een sterk therapeutisch, rituele, ervaringsgerichte versie en hij bracht dat binnen op de zomerweek.

Jeanneke, die daar aanwezig was, heeft daar diverse ideeën voor Aardewerk opgepikt en vooral dat van de ‘Council of all beings[3]’.  Het werd in Bouwel voor de eerste maal uitgevoerd en het imponeerde ongeveer iedereen.

Later werd juist deze ervaringsgerichte visie de aanleiding van een aantal wrijvingen tussen hem en mezelf. Volgens Frederik moest dit centraal staan binnen Aardewerk, wat in de lijn lag van het vormingswerk zoals bij de Ploeg. Vanaf het begin stond in Aardewerk de idee centraal dat hart en verstand samen moeten gaan. Voor het verstand werd dan gewezen naar die professor uit Leuven, ik dus, alhoewel ik nog geen professor was. Daarnaast was er een sterk ervaringsgericht luik nodig, het spirituele, daartussen moest een verbinding zijn. Twee luiken die even belangrijk waren. Voor Frederik was dit het uitgelezen moment om dat ervaringsgerichte en spirituele luik uit te bouwen en centraal te stellen, maar ik had daar wel wat bedenkingen bij. Het was me allemaal te veel surfing, soft en California-import en dat wrong bij mij. Ik ben dan wellicht toch te rationeel en te politiek.  In 1992 heeft het in elk geval indruk gemaakt op die zomerweek en daarna heeft Frederik samen met Wim onder de naam van Aardewerk verschillende studiedagen georganiseerd . Helaas is Wim vrij snel overleden.

Na die zomer van 1992 was het eigenlijk de start van andere studie- en vormingsgerichte activiteiten van Aardewerk over verschillende thema’s.

Dat jaar gebeurde er nog iets belangrijk. Op de zomerweek namen  Jan-Willem en Gea uit Nederland deel. Zij waren zo overweldigend dat ze hun verwondering uitdrukten in allerlei superlatieven, zoals Nederlanders dat zo goed kunnen. Bij hun thuiskomst hebben ze meteen het Nederlandse Aardewerk opgericht, een soort van Nederlandse dependance. Dat werd echter helemaal op de leest van de diepe ecologie geschoeid en had een therapeutische inslag. Een van de centrale elementen van de Amerikaanse invulling is het werken aan jezelf. Dat hebben ze centraal gesteld en vormgegeven in hun Aardewerk. Ik weet niet wat er nu nog van overblijft[4]. Jan-Willem en Gea organiseerden destijds een grote conferentie in Amsterdam, die plaatsvond in een New Age-centrum (Oibibio)  en ik kwam daar een wichelroede tegen. Dat was voor mij echt een brug te ver.

In Stuivekenskerke vond in 1993 dé zomerweek van alle zomerweken plaats. De week die het meeste indruk heeft gemaakt of beter gezegd: met de belangrijkste gevolgen. De kloof met Agalev was omwille van onze radicale standpunten al breder geworden, maar in ‘93 kwam het tot een finale breuk. De zomerweek werd toen nog meegefinancierd door het vormingscentrum van Agalev en er waren partijmensen aanwezig. Hun evaluatie van de zomerweek was duidelijk: “dit gaat te ver, dat zijn daar zotten”.

Een centraal thema tijdens die week was het ecofeminisme, zeer radicaal en door militante vrouwen uitgelegd en dan nog overgoten met een apocalyptisch sausje. Dit in combinatie met de weg die Wim Asperslag was ingeslagen: zwaar therapeutisch – en achteraf bekeken – onverantwoord want dat had ernstig fout kunnen lopen. Er kwamen bij de deelnemers allerlei emoties los en zelfs zeer ernstige problemen uit hun jeugd kwamen naar boven zoals incest, maar dit werd niet opgevangen zoals het zou moeten. Dat kan ook niet de bedoeling van een zomerweek zijn. Alle aanwezigen spreken daar nu nog over, maar het was duidelijk dat de integratie in de partij niet meer ging. Frederik bleef nog een tijd bij Aardewerk betrokken, maar niet meer als directeur van de vormingsinstelling, wel als privé-persoon.

Een ander element waarin we duidelijk andere standpunten innamen dan Agalev, betrof  dierenrechten. Zo heb ik ooit diverse malen samen gezeten met Michel Vandenbosch  en Jan Mertens om op een radicalere manier een antwoord te vinden op het dierenvraagstuk. Op dat ogenblik waren Jan Mertens en ikzelf leden van Agalev en het leek ons aangewezen om dat een plaats te geven binnen de partij, maar dat is niet gelukt. Men had daar op dat ogenblik totaal geen interesse in. Toen heeft Michel beslist om GAIA op te richten. Een fout van de toenmalige groene partij. Ik vind het dierenvraagstuk nog steeds een sleutelthema.

Eind november ‘92 zakte ik met een kleine delegatie af naar Berlijn om Bahro te bezoeken. Voor mij zeer indrukwekkend en vanaf dan heb ik persoonlijk contact met hem gehouden en een soort vriendschap uitgebouwd. Dat maakte het mogelijk om Bahro later uit te nodigen in Vlaanderen om ons boek Voeten in de Aarde te promoten.

Na de breuk met Agalev, werd Aardewerk een onafhankelijke vereniging en later werd de vzw opgericht. Maar het grappige – of moet ik zeggen het cynische – is dat er in mijn dagboek staat “alles ziet er zeer belovend uit”.

Aardewerk: Vanaf dan bestaat Aardewerk officieel. Wat waren de doelstellingen, welke activiteiten werden er georganiseerd?

Vanaf dan werd er maandelijks overleg gepleegd in de zogenaamde draaischijven, zoals nog steeds het geval is, en organiseerden we af en toe een lezing of een studiedag. De zomerweek stond jaarlijks op het programma.

Met Aardewerk en de Groene Filosofen startten we met een boekproject  Voeten in de Aarde en in 1995 verzamelden we al de teksten.  Onder de auteurs telden we Jef Peeters, Roger Jacobs en Jeanneke Van de Ven. Haar tekst over ecofeminisme was uitstekend en zo helder. Ik was erg onder de indruk.

In 1995 ben ik een paar dagen in Berlijn geweest om Bahro te bezoeken in het ziekenhuis. Bahro leed aan kanker en de vooruitzichten waren slecht, maar hij is er toch weer bovenop gekomen. In 1996 kwam hij samen met Arne Naess naar Vlaanderen om Voeten in de Aarde te promoten. Dat was een overrompelend succes. De uitgever was in paniek: er waren veel te weinig boeken. Men had dit niet verwacht, maar Bahro was een grote naam in linkse kringen en Naess was goed gekend in ecologische middens. Er was veel aandacht vanuit de pers met diverse interviews.

Op dat moment beschouwden we Aardewerk en de Groene Filosofen als ‘iets samenhorends’ alhoewel de meeste Groene Filosofen niet bij Aardewerk betrokken waren en er geen direct verband was.

Einde jaren 90

In 1998 was er de tiende zomerweek, als we die twee eerste Bahro-weken meetellen. Daarna hebben we in 1999 een pauze ingelast. We gingen op bezinningsweekend in Spa om na te denken hoe het nu verder moest met Aardewerk en de zomerweken. Nu ik terugkijk lijkt dit een herkenbaar verhaal, zoals het nog steeds is bij Aardewerk: veel goede voornemens, ideeën en zelfs engagement, maar niet genoeg man- of vrouwkracht om deze uit te voeren. Jeanneke heeft een centrale rol gespeeld om Aardewerk overeind te houden met een onvoorwaardelijk geloof in deze beweging, maar ook zij stootte op die beperkingen. Zij heeft diverse eigen projecten gelanceerd zoals de voedselteams, Samenhuizen en nog andere[5]. In Aardewerk zelf was dat niet mogelijk, maar Jeanneke verzamelde dan telkens mensen rond die specifieke en ook concretere projecten. Grootmoedig als ze is, heeft ze telkens de relatie met Aardewerk gemaakt, alsof die projecten toch op de een of andere manier vanuit of samen met Aardewerk van de grond kwamen, maar eigenlijk deed ze dit zelf en de daadkracht van Aardewerk was quasi onzichtbaar. Daarna is er een gelijkaardig bezinningsweekend geweest, ergens in Oost-Vlaanderen en het was bar koud. Niet alleen letterlijk, maar ook de stemming was rond het vriespunt. We zagen het niet meer zitten om altijd maar met drie man en een paardenkop te sleuren en te trekken aan Aardewerk. Het was dus een zeer kritieke fase, maar ere wie ere toekomt: Jeanneke is altijd blijven geloven dat we moesten voortdoen. Zonder die inzet en dat geloof zou Aardewerk niet meer bestaan. Ik zou dat nooit hebben gekund. We moeten echt honoreren dat Aardewerk jaren op Jeanneke heeft gedraaid.

Aardewerk: er werden opnieuw zomerweken georganiseerd en Aardewerk is blijven bestaan en de 21e eeuw in gegaan, hoe evolueerde het?

Er kwamen inderdaad opnieuw zomerweken en in 2000 kwam Jeanneke met het idee van een opleiding. Niet zomaar een beperkte vorming, maar met enige ambitie, een opleiding van twee jaar. Zelf stond ik daar sceptisch tegenover en ik niet alleen. Zouden we daar wel mensen voor vinden die dat voldoende interessant vinden, zowel qua deelnemers als lesgevers ? Jeanneke heeft uiteindelijk tegen wil en dank iedereen meegesleurd en in oktober 2004 zijn we in Leuven begonnen met de eerste cyclus van de tweejaarlijkse opleiding. Het is voor mij een wonder dat dit nog telkens – en met enthousiaste deelnemers – doorgaat. Het kende net zoals de zomerweken, onmiddellijk succes. In de beginfase nam ik zelf nog veel op en de sprekers zochten we tussen onze eigen contacten. Er was niets vergelijkbaar in Vlaanderen. Het deelnemersveld bestond – zeker in het begin – uit de middenkaders van de groene partij. Oikos bestond nog niet, dus het was echt een unieke zaak. Zelf heb ik, zowel voor de zomerweek als voor de opleiding, er altijd naar gestreefd dat kwaliteit voorop zou staan. We doen het enkel en alleen als we overtuigd zijn dat het kwalitatief hoog scoort.

Aardewerk: het bleef niet bij de zomerweken?

Niet alles is even goed, maar het heeft uiteindelijk veel beter gewerkt dan ik oorspronkelijk had verwacht. De opleiding was een groot succes en meteen een boost voor Aardewerk.  Dit heeft geleid tot een nieuw project, alweer onder initiatief van Jeanneke. We besloten bij de Vlaamse Gemeenschap een dossier in te dienen om erkenning en subsidie te bekomen als sociaal-culturele beweging en op die manier betaalde werknemers te bekomen. Tegelijkertijd – wellicht heeft het verband met het indienen van de subsidieaanvraag – werkten we ons manifest uit. Dit werd in 2009 gelanceerd en het jaar nadien werd de aanvraag ingediend voor subsidiëring.  We hebben er dagenlang op gebroed en aan geschreven. De tegenslag kwam dan wellicht des te harder aan toen het negatieve advies kwam en het leek of al deze tijd en al dat werk voor niets was geweest. Dit heeft een ernstige domper gezet op de toenmalige Aardewerk-actievelingen. Je merkt het meteen als je naar de kalender kijkt, vanaf 2010 en de volgende vijf jaren staan geen zomerweken meer genoteerd.  We hebben geprobeerd om Aardewerk overeind te houden met de opleiding, maar ook via de nieuwsbrief. In het begin waren dat amper twee bladzijden waarop stond wanneer de volgende studiedag plaats zou vinden, maar dat groeide dan uit vanaf 2003 tot een soort mini-tijdschrift, vooral door de ambitieuze inzet van Paul Haerden. De power en de goesting om zomerweken te organiseren waren weg.

Vanaf 2015 pikken we de zomerweken weer op en stilaan komen er nieuwe mensen bij die zich inzetten voor Aardewerk en ik denk dat Aardewerk er daardoor nu beter voorstaat dan ooit na jaren van bijeenkomsten met een handjevol mensen.

Aardewerk: ondertussen werd OIKOS opgericht, heeft Aardewerk ooit gedacht aan een samenwerking?

Er is eigenlijk nooit sprake geweest van een relatie. Dat heeft grotendeels te maken met de beslissing van Aardewerk om op eigen kracht verder te gaan, los van de groene partij en met een kritische houding tegenover de partij. Ploeg vzw werd op een bepaald moment opgedoekt en daarna werd OIKOS opgericht, maar er is nooit enige samenwerking of verband geweest. Beide bestonden en bestaan op zichzelf en Aardewerk wou en wil ondanks de moeilijkheden en de beperkte mankracht onafhankelijk blijven. De ideeën liepen niet altijd op dezelfde lijn. Zo haalde ik veel inspiratie uit Paul Shephard, maar voor OIKOS was dit te verregaand.

Aardewerk: onafhankelijk blijven, is dit de belangrijke strategische keuze van Aardewerk?

Tot op vandaag is er nog een andere discussie in Aardewerk die er misschien verband mee houdt:  moet Aardewerk meer op het publieke forum verschijnen, standpunten innemen, opinies schrijven en acties opzetten? Sommigen vonden zelfs dat we iemand van Aardewerk via Agalev in het parlement moesten krijgen. De meerderheid heeft ervoor gekozen om onder de radar te blijven. Laat ons proberen op een andere manier invloed en uitstraling te hebben door onze vormingen en diverse zij-projecten, door individuele mensen die in hun context het gedachtegoed van Aardewerk op een of andere manier verspreiden. Tot nu toe is dit de strategische keuze geweest.  Deels is dit  ingegeven door een realisme en het gebrek aan actieve mensen.  De consequenties van het optreden op een publiek forum, kan Aardewerk met deze beperking niet dragen en ik twijfel of dat veel extra oplevert. Er is ook een tijd geweest waar Aardewerk een soort netwerk-strategie wou uitbouwen door  samenwerking met andere gelijkaardige organisaties te ontwikkelen of te verstevigen  We zijn letterlijk op rondreis geweest en hebben met verschillende groepen gesproken, maar ook deze poging bleek om diverse redenen een doodlopende straat te zijn.

Aardewerk:  Is het belangrijk om te weten welke invloed we hebben?

Dat weet ik niet, ik geloof wel dat die er is als je ziet hoeveel mensen de zomerweek of de opleiding al gevolgd hebben, hoeveel mensen er gedurende die 20 of 30 jaar gepasseerd zijn. Onze adressenlijst groeit nog steeds en ook door de specifieke projecten die door Jeanneke zijn opgezet, zoals de voedselteams. Dat heeft toch een duidelijke uitstraling. Het blijft natuurlijk een eeuwige vraag. Als ik nu naar aanleiding van dit gesprek terugblik op mijn activiteiten, al die tijd en energie die ik erin heb gestoken, tientallen jaren, al die avonden, was het de moeite? Wie zal het zeggen. Telkens opnieuw met zo weinig mensen en weinig middelen. Net zoals elders wellicht, zien we enthousiaste mensen die van alles willen doen en na enkele weken wegens gebrek aan tijd weer weg zijn.  Dat maakt het heel moeilijk om vooruitgang te boeken . Zelf vind ik het een verbazingwekkend verhaal, de lange tocht en dat we nog steeds bestaan. De combinatie Jeanneke en mezelf heeft daarin zeker een belangrijke rol gespeeld. Ik ben een “Pruis”: je verlaat het schip niet, ook al dreigt het te zinken. Jeanneke met haar onvoorwaardelijke inzet en haar geloof en drijfkracht heeft er wellicht voor gezorgd dat we op moeilijke momenten, toch niet gestopt zijn. Op tijd en stond komt dan toch weer iemand binnen die mee aan de touwen trekt en waar je iets aan hebt en dan zijn we weer vertrokken. Zo werd dit een merkwaardig verhaal.

Aardewerk: oorspronkelijk stond de combinatie tussen hart en ratio centraal in Aardewerk. Is dit nog altijd aanwezig?

Dit is er nog steeds, alhoewel het niet is geworden wat we oorspronkelijk voor ogen hadden of wat Bahro bedoelde en misschien maar goed ook. Anders waren we misschien te veel in de andere, de softe en therapeutische richting gegaan, maar de combinatie is aanwezig. Dit kenmerkt ook de draaischijf, de groep die Aardewerk draaiend houdt. Dit zijn best soms saaie bijeenkomsten, maar hoe verschillend de deelnemers ook zijn, het is een warme en sympathieke groep. We realiseren ons dat niet altijd: er is iets “wat goed” zit.  Verschillende types van mensen en toch zijn we verbindend en aanvaarden we de tekortkomingen.

De zomerweken zijn ook momenten waarop je die combinatie goed merkt, de gemeenschap die zich dan vormt. Slechts uitzonderlijk is er eens iemand geweest in al die jaren, die zich aan alles stoorde en niet deelnam aan een deel van de activiteiten, maar die kunnen we op één hand tellen. Altijd zeer verschillende mensen en toch een gemeenschapsgevoel. Dat is op zichzelf in deze samenleving ook al belangrijk.

Aardewerk: gingen jouw professionele activiteiten aan de KUL hand in hand met jouw inzet voor Aardewerk?

In het begin werkte ik op het Husserl-Archief, niet direct rond eco-filosofie of politiek. Zelf gaf ik midden jaren ‘80 al lezingen, maar dit werd niet op enthousiasme onthaald door de universiteit, integendeel. Ik gooide me in mijn privé-tijd op de eco-filosofie en de radicale dierenbevrijding en ging discussies aan met diverse filosofen en ethici zoals Jaap Kruithof. Het verbaasde velen dat ik niet betrokken was aan de RUG waar het ecologische aanwezig was. Wat dat betreft bleef de KUL  achter. Op een bepaald ogenblik was er in Amerika veel aandacht voor eco-filosofie. De KUL trok altijd veel studenten aan, ook uit Amerika. Aangezien er niemand was om hierover te doceren, kwamen ze bij mij om dit op te nemen. Pas op het einde van de jaren ‘90 is de integratie binnen het curriculum begonnen. Eerst uitsluitend in het Engels voor de internationale studenten, later ook aan de reguliere studenten. Voor mij persoonlijk is dit een goede balans, het lesgeven en wetenschappelijk werk ontwikkelen, het academische enerzijds en het engagement erbuiten.

Aardewerk: om te eindigen willen we jou nog 2 vragen voorleggen. In coronatijd wordt de relatie tussen het vernietigen van het ecosysteem en de opkomst van pandemieën door diverse wetenschappers benadrukt, toch wordt het niet zo geframed.

Maar zelf onze prins Laurent heeft ‘het licht’ gezien. Ik dacht, laten we hem een uitnodiging sturen voor onze opleiding. (lacht) Hij zei onlangs dat de natuur terugslaat en dat we moeten oppassen. Moeten we nu heeeeeeeel voorzichtig zeggen dat het koningshuis het begrepen heeft?

Maar aan de andere kant: wie krijgt het woord? Ik zag onlangs weer iemand op televisie erop aandringen om het grote bedrag aan spaargeld van de Belgen te activeren. Echt voluit shoppen om uit die crisis te komen, of je het nu nodig hebt of niet, dat doet er niet toe, maar wel consumeren, spreek jouw spaargeld aan… Dat zijn van die berichten die me wanhopig stemmen en het erge is: het slaat aan bij de meeste mensen. In plaats hiervan zou men kunnen wijzen op de mogelijkheid om met minder gelukkig te zijn. Men zou kunnen zeggen dat, indien er zo veel spaargeld is, mensen dat niet allemaal nodig hebben en ze met  minder sparen ook kunnen toekomen.

 Dat is zo waanzinnig, zo vreemd. Zelf moet ik ook toegeven, met deze coronacrisis, dat ik ongewild meer spaar, ik heb een goed pensioen en geef quasi geen geld meer uit. Ik heb eigenlijk ook alles, wat moet ik nog meer hebben?

Aardewerk: hoe kijk je nu terug op de evolutie van de groene beweging en hoe blik je vooruit op de toekomst?

Dit is een pijnlijke vraag, het is allemaal al duizend maal gezegd. En in feite is het in 1972 met de Club van Rome al allemaal gezegd. Die boodschap is nog altijd niet aangekomen noch doorgedrongen ondanks duizenden boeken en engagementen. Ik las deze week in de krant dat Michael Moore een nieuwe film heeft waarin hij betoogt dat we het nog altijd niet hebben begrepen en dat de oneindige groei een illusie en een leugen is, gezien de eindige context van de aarde. Het is zo eenvoudig, maar meteen was er ook ophef over de film. Deze is volgens sommigen simplistisch, maar het is ook een eenvoudige boodschap en wij slagen erin die voortdurend te ontkennen.

Als je zoals ik al wat ouder bent, en er dan zogezegd iets nieuws op tafel komt, zoals nu de New Green Deal, dan krijg ik het gevoel – maar misschien moet ik dat voor mezelf houden – “I have seen it all”. Wat blokkeert er? Misschien kan je het ook anders bekijken, namelijk dat we gewoon te ongeduldig zijn en dat dergelijke veranderingen veel tijd vragen en in zeer kleine stappen gaan.

Weet je, meestal wil ik niet te veel naar het verleden kijken. Het geeft toch wel een beklemmend gevoel. De vraag of ik de juiste keuzes heb gemaakt, wil ik niet stellen, want de klok terugdraaien kan niet.

[1]Dit boek werd pas in 1994 vertaald in het Engels: Avoiding Social and Ecological Disaster: The Politics of World Transformation .

[2]  Oswald Noppe, was een bijzondere man. Hij had een hoge functie bij BP of Shell, tot hij het ‘ecologisch’ licht heeft gezien en bij het bedrijf wegging en sindsdien en tot aan zijn overlijden heeft hij zich ingezet voor Aardewerk.

[3]Voor meer informatie over de Council of all beings: https://www.rainforestinfo.org.au/deep-eco/Joanna%20Macy.htm

[4]Voor meer informatie over het Nederlandse Aarde-werk: http://www.aarde-werkdestegge.nl

[5]Voor meer informatie hierover, zie het interview met Jeanneke in de winter-Aardewerkbrief, 2019-2020

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *