De toekomstige geschiedenis van de politieke economie (deel 2)

De toekomstige geschiedenis van de politieke economie (deel 2)

Jan Vanlommel maakte een Nederlandse vertaling van een tekst van Eric Zencey, auteur en spreker aan meerdere universiteiten in de Verenigde Staten, die sinds de economische crisis in 2008 onder de aandacht kwam voor zijn ideeën over een ander soort economie. Het eerste deel van deze tekst verscheen in de lente-editie.

Wanneer je economie functioneert op basis van een energiebron die welvaartswaarde produceert tegen een ratio van 100 op 1, of beter (de geschatte EROI (energy return on investment, red) die petroleum ons gaf in de vroege 20e eeuw), dan zal de economie een behoorlijke rijkdom genereren onafhankelijk van wat je gelooft over de werking ervan.

Dat wil zeggen, hoge EROI-olie gaf de nieuwe economische wetenschap immuniteit om weerlegd te kunnen worden door gebeurtenissen. Maar falsifieerbaarheid van principes en beweringen is een stevige maatstaf voor een wetenschap. (Niet-falsifieerbare overtuigingen worden ‘geloof’ genoemd.)

In werkelijkheid heeft de discipline een free-riderprobleem – ze kreeg een vrijgeleide om zichzelf en haar onderwerp verkeerd te begrijpen door de enorme kracht van olie. Je zou het ook een Midas-probleem kunnen noemen, naar de legendarische koning die alles wat hij aanraakte in goud veranderde, inclusief zijn maaltijd en zijn dochter. De welvaart die olie heeft gegenereerd, maakte het onmogelijk voor de economische discipline om op enige fundamentele manier aan te sluiten bij andersheid, inclusief de andersheid van de planeet en haar rol in net die processen die de economische wetenschap veronderstelt te modelleren.

 

Thermodynamica in de economische wetenschap: Revolutionair voorteken, toekomstige geschiedenis

Ecologische Economie vertegenwoordigt de uitbreiding van de thermodynamische revoluties van de negentiende en twintigste eeuw in het domein van de economie. In de fysica onttroonde die revolutie Newton en bracht ze de relativiteit. In de biologie was ze vroedvrouw bij de geboorte van de ecologie, de studie van ecosystemen als geheel waarin energienetwerken – voedselwebben – een bepalende structuur zijn. In de chemie brachten de wetten van de thermodynamica klaarheid en strengheid in een wetenschap die worstelde om theoretische eenheid te brengen in diverse fenomenen. Tot nu toe echter hebben de meeste economen geen enkele moeite om hun onderwerp te behandelen alsof die wetten niet van toepassing zijn.

Fig.1. Circulair stroom model. De economie als voortdurende beweging. Het neoklassieke model van de economie neemt aan dat economische uitvoer terug kan ingevoerd worden, in strijd met de thermodynamische wetten.

Fig.2. Thermodynamisch doorvoermodel. Let op de toevoeging van het milieu als het bevattende geheel. Er is een grens tussen het milieu en de economie waarover instroom en uitstroom van materie en energie vloeien. De doorvoer van materie en energie verhogen moet noodzakelijkerwijs iets anders doen dalen: de gezondheid en integriteit van ecosystemen in het milieu, die waardevolle, beschaving-ondersteunende ecosysteemdiensten aan mensen leveren.

 

Maar de thermodynamische revolutie in de economie kan niet blijvend worden verhinderd. Het wordt moeilijker en moeilijker voor het neoklassieke model ons te verzekeren dat haar systeem van Newtoniaanse abstracties passend is voor de reële wereld. De Grote Ineenstorting van 2008 liet zien dat de economische wetenschap, wat die ook moge zijn, niet bijster goed is in het voorspellen van grote economische fenomenen. Klimaatverandering en de zesde uitstervingsgolf maken het moeilijk voor de economische wetenschap om vol te houden dat economische activiteit in abstractia plaatsheeft, op de propere witte bladzijden van tekstboeken of op het bord vol met formules die geen basis hebben in of gevolgen voor iets anders dan zichzelf. Waarheden afgeleid uit het Newtoniaans mechanistisch model worden verondersteld abstract en ahistorisch te zijn, maar onze planeet en onze economie zijn zeker en vast aan het evolueren, concreet en doorheen de tijd.

De drijvende dynamiek van deze economische en planetaire verandering – de stuwer van de geschiedenis de afgelopen drie eeuwen – is het menselijk gebruik van hoge ‘EROI’ fossiele brandstof geweest. De drijvende dynamiek van de toekomstige geschiedenis zal de dalende ‘EROI’ van de energiebronnen van onze beschaving zijn.

Men kan sommige gevolgen van de dalende ‘EROI’ al waarnemen:

  • Ondanks een stijgend reëel BNP per capita is het persoonlijk inkomen gestagneerd of aan het dalen voor een gewichtig deel van de werknemers in OESO-landen. Een toenemende concentratie van inkomen helpt dit te verklaren maar er is ook een andere dynamiek aan het werk. Als de ‘EROI’ daalt vergt het meer economische inspanning om de energie te verkrijgen die nodig is om die economische inspanning te ondersteunen. Zelfs als het BNP groeit, daalt de productie van nettovoordeel.
  • Andere sectoren van de economie zijn getroffen door deze aanhoudende toename van de ‘overhead’ (vaste kosten, red) van materie en energie in de economie. ‘Besparen’ is de leuze geworden voor regeringsbudgetten, zelfs in de rijkste landen ter wereld. Ontwikkelde landen hebben het in toenemende mate moeilijk of vinden het onmogelijk om onderhouds- en verbeteringskosten voor infrastructuurinvesteringen gemaakt tijdens de hoogdagen van 100 tegen 1 olie te betalen.
  • In haar rapport over de Amerikaanse infrastructuur uit 2013 schatte The American Society of Civil Engineers dat de VS gedurende zeven jaar 3.6 biljoen dollar moet investeren om de bestaande infrastructuur te herstellen en onderhouden.
  • Wereldwijd zijn veel van de ecosystemen die de menselijke beschaving ondersteunen gedegradeerd en dicht bij een instorting. Gedwongen door ideologie en dalende ‘EROI’ richting besparingsbudgetteringen zijn regeringen hun bereik en energie aan het reduceren, precies op het moment dat duurzaamheid hen tot sterke actie aanmaant om de rationele, vrije-markt neiging van bedrijven om winsten te maximaliseren, door de commons te verwaarlozen en andere kosten te degraderen, te beteugelen.
  • Vernietigingen van pensioenfondsen worden gemeengoed als een manier om de structurele nood tot afbouw van schulden in de economie te lenigen. Een nood die in de bereidwilligheid van ons systeem zit om schuld sneller te laten groeien dan een dalende EROI-economie kan terugbetalen, zelfs nadat groei is gestimuleerd door reguleringen die de milieuschade als gevolg van economische activiteit beperken op te heffen of te reduceren.
  • De planetaire koolstofput is vol en creëert klimatologische gevolgen die zelfs een abstractie-gewende, aritmo-morfiserende econoom moet erkennen als een verontrustende realiteit.

Binnen enkele eeuwen zullen historici van de economie waarschijnlijk de relatie tussen ‘EROI’ en welvaartcreatie veel beter begrijpen dan de gemiddelde econoom vandaag. Waarschijnlijk zullen toekomstige politieke economen niet verwonderd zijn over het enorme economisch succes in de 20ste eeuw maar wel over hoe weinig ons welvaartaandeel eigenlijk gegroeid is met al de hoge-EROI kolen en olie waarvan we het genoegen hadden ze te verbranden. Ze zullen nagenoeg zeker hun hoofd schudden in de verwondering dat we, genietend van een nooit eerder en later geziene energietoevoer en ‘EROI’,  ooit een economische neergang zouden hebben gekend, dat we ooit een mens hebben kunnen laten sterven van gebrek, dat we ooit zo geprogrammeerd blind konden zijn voor de fysische oorsprong van ons geluk.

Olie spoot uit de grond onder druk wat een zeer hoge ‘EROI’  opleverde. In de jaren 20 gaven oliebronnen zoals deze de industrie een gemiddelde ‘EROI’ van 100 tegen 1 of zelfs meer. Vandaag heeft de petroleumindustrie een veel lagere EROI.

Foto: Texas State Archives.

 

 

 

Jan Vanlommel is actief in de draaischijf van Aardewerk.

Bron: steadystate.org/the-future-history-of-political-economy-part-2/

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *