Vrede, pacifisme en veiligheid

Vrede, pacifisme en veiligheid

The first world war came and its cost was laid on the people.
The second world war — the third — what will be the cost.
And will it repay the people for what they pay?…
The little girl saw her first troop parade and asked,
‘What are those?’
‘Soldiers.’
‘What are soldiers?’
‘They are for war. They fight and each tries to kill as many of the other side as he can.’
The girl held still and studied.
‘Do you know … I know something?’
‘Yes, what is it you know?’
‘Sometime they’ll give a war and nobody will come.’

Uit: The People, Yes (1936) , 300 blz proza van Carl Sandburg (1878 – 1967)

Het is zaterdag 10 december 2022. Op het programma van de Aardewerk-opleiding “Ecologische filosofie en politiek” staat de lezing “Vrede, pacifisme en veiligheid” door Ludo De Brabander, woordvoerder van Vrede vzw. Ludo geeft de lezing met dit thema regelmatig binnen de Aardewerk-opleiding en illustreert zijn verhaal met ‘cases’ van conflicten. Daar is helaas geen gebrek aan en dit jaar is de ‘case Oekraïne’ pijnlijk actueel.

Er zijn een kleine 20 deelnemers. Op twee deelnemers na, volgt iedereen het volledige opleidingsprogramma 2022-2023. Tot de uitzonderingen behoor onder andere ik: ik volgde de twee opleidingsjaren 2014-2015 en 2015-2016 en sluit af en toe aan voor een update. Wat we allemaal gemeen hebben, is de honger naar het begrijpen wat er gaande is op vlak van oorlog en vrede in de wereld. De bezorgdheid daarrond is bij momenten hoorbaar tijdens de lezing als een spontane zucht of zachte kreet van verbijstering.

Wat volgt is een poging om de uiteenzetting door Ludo De Brabander, die een dag in beslag nam, kort en begrijpbaar weer te geven. Als dit niet helemaal lukt, is er een goed alternatief. Duik de bibliotheek of boekhandel binnen en raadpleeg de boeken die Ludo op zijn palmares heeft. Wat in de lezing aan bod kwam, is grotendeels terug te vinden in: De Brabander L.,“Weg van Oorlog”, EPO, 2019. Achtergrond bij de oorlog in Oekraïne vind je in: Callewaert C. & De Brabander L., “Oorlogskoorts”, EPO, 2022. Als je even zoekt op internet dan vind je beide auteurs aan het woord tijdens voorstellingen van het laatste boek.

Oorzaken van oorlog en geweld

Gewelddadige conflicten hebben een historische, politieke en sociale context. Die context kan complex zijn en krijgt zelden de aandacht die nodig is om conflicten te begrijpen, op te lossen en te voorkomen.

Ongelijkheid

In 2003 bracht de Wereldbank hierrond een studie uit: Breaking the conflict trap. De Wereldbank is niet de meest progressieve instelling, ligt zelf aan de basis van (veel) conflicten, maar doet soms bruikbare studies.

Aanleiding voor de studie was volgende vaststelling: de meeste oorlogen nu zijn burgeroorlogen die lang aanslepen en die zich voordoen in arme landen. De studie maakt een onderscheid tussen hoge inkomenslanden, midden inkomenslanden en lage inkomenslanden. De relatie met de kans op conflict wordt in getallen uitgedrukt: voor midden inkomenslanden is de kans op een gewelddadig conflict 4x hoger t.o.v. de hoge inkomenslanden, voor lage inkomenslanden is die kans 15x hoger.

Het Oxfam-rapport Inequality kills (januari 2022) houdt een vinger aan de pols: tussen maart 2020 en november 2021 zijn de tien rijkste mensen twee maal zo rijk geworden terwijl 99% van de wereldbevolking armer geworden is als gevolg van COVID-19. Maar ook zonder COVID-19 is de trend duidelijk: er is een transfer van rijkdom van arm naar rijk. In het Oxfam-rapport wordt ook concreet gewezen naar de gevolgen van ongelijkheid: elke vier seconden sterft iemand aan de gevolgen van ongelijkheid.

Afhankelijkheid van export van grondstoffen

Een grote afhankelijkheid van export van grondstoffen kan tot conflict leiden, namelijk als een plotse prijsdaling op de markt de bestaanszekerheid van landbouwers in het gedrang brengt. Denk aan de verschuiving in het mondiale Zuiden van lokale voedingsteelt naar export van voor het noorden bestemde cacao of koffie.

Menselijke veiligheid

In 1994 bracht het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) een rapport uit waarin het concept Menselijke veiligheid (Human security) gedefinieerd werd. Die menselijke veiligheid heeft zeven dimensies: economisch, voedsel, gezondheid, milieu, persoonlijk, gemeenschap en politiek. Om vrede alle kansen te geven moet veiligheid op al deze dimensies verzekerd zijn. Mensen moeten vrij zijn van angst, vrij zijn van onvervulde basisbehoeften.

Via de Human Development Index (HDI) kan je een idee krijgen hoe het met de menselijke veiligheid gesteld is. Factoren die de HDI bepalen zijn: de levensverwachting, het aantal jaren scholing en het bruto nationaal inkomen per persoon. Als je de HDI op kaart zet, krijg je een idee van conflictgevoelige gebieden: een lage HDI betekent een hoge kans op conflict. Bekijk de interactieve HDI kaarten op Our World in Data.

Ter illustratie: aan de vooravond van de Arabische lente bleek uit rapporten dat het goed ging in bijvoorbeeld Tunesië en Egypte. Een factor die niet in de rapporten onderzocht werd, was de economische veiligheid van het grootste deel van de bevolking. Men keek naar globale parameters als economische groei en het budget dat op orde was en verwachtte dan ook geen problemen.

Een verdere erkenning van de noodzaak aan menselijke veiligheid zijn de Sustainable Dvelopment Goals (SDG) die in 2015 door de VN zijn aangenomen. Al is het een politiek consensusdocument waarin bijvoorbeeld economische groei als vereiste opgenomen is, terwijl dit haaks staat op andere doelen. Over het terugdringen van wapens staat dan weer niets in de SDG. Een spijtige vaststelling is bovendien dat op dit moment de duurzaamheidsdoelen achteruit gaan.

De mondiale veiligheidsproblematiek in Noord-Zuid perspectief

Wat is de invloed van internationale verhoudingen op ontwikkelingsproblemen in landen? Dat is het thema waar organisaties zoals 11.11.11 zich over buigen. Die invloed is een dominante factor als je problemen in bijvoorbeeld Noord-Afrika of het Midden-Oosten wil verklaren. Ook hierin kan je verdiepen via bibliotheek of boekhandel: De Brabander L., “Oorlog zonder grenzen”, EPO, 2016

De invloed van het kolonialisme en het postkolonialisme liggen dikwijls aan de basis van hedendaagse conflicten. De productie-infrastructuur en economische structuren uit het kolonialisme zijn blijven bestaan. De invloed van exportgewassen werd al aangehaald: teelten die uiteraard ten dienste van de kolonisator opgestart werden ten nadele van bijvoorbeeld lokale voedselteelt.

CASE Nigeria

In de Nigerdelta was oliebedrijf Shell actief, al voor de onafhankelijkheid van Nigeria in 1960 (Nigeria was een Britse kolonie). In de periode 1975-1991 leidde de exploitatie tot enorme olielekken maar de overheid, een dictatuur, legde Shell niets in de weg. In 1990 ondernam de lokale bevolking (de Ogoni, een etnische groep) onder leiding van Ken Saro-Wiwa politieke actie tegen het bewind. Hij en andere activisten werden in 1994 terechtgesteld door het bewind. Om verder protest tegen te gaan, liet de regering toe dat Shell milities had om hun olievelden te beschermen. Dit zou leiden tot 2000 doden onder de Ogoni en de verdrijving van nog eens 80000 mensen.

Een land met schuld kan aankloppen bij het IMF en de Wereldbank voor leningen om een tijdelijk tekort aan cashflow op te vangen. Die door het noorden (in 1944 en 1945) opgerichte organisaties maakten in de jaren 80 en 90 veel gebruik van SAP’s (Structurele aanpassingsprogrammas) die gebaseerd waren op het neoliberaal model.

De Washington-consensus is een lijst van tien aanbevelingen die gebruikt werden bij het toekennen van leningen aan landen in problemen. Het gaat om duidelijk neo-liberale principes: een land moet de begroting op orde hebben, moet subsidies afbouwen, belastingen hervormen, handel liberaliseren, staatseigendommen privatiseren, … .

De SAP’s, bedoeld om arme landen te helpen, hebben het tegendeel bereikt. De landen werden afhankelijk van het noorden en de meest kwetsbare gemeenschappen werden meer in armoede gedrukt.

Het ecologisch aspect van Noord-Zuid verhoudingen is gekend: de rijke landen hebben een ecologische voetafdruk, nemen meer gebruiksruimte in dan hun territorium groot is. Er wordt dus beroep gedaan op gebruiksruimte elders. En dat gaat ten koste van de mensen ter plaatse.

Voorbeelden:

  • Saoudi-Arabië investeert petrodollars in landbouwgronden om in hun eigen bevoorrading te voorzien in Afrika. Ze nemen letterlijk milieugebruiksruimte weg in bijvoorbeeld Kenia.

  • De vleesindustrie in het noorden wordt gevoed met soja uit het zuiden.

  • De broeikasschuld (CO2, methaan, …) van het Noorden heeft enorme gevolgen in het Zuiden (bv overstromingen in Pakistan door klimaatwijziging in de Sahel). Dat was één van de punten op de COP van 2022: financiering van een fonds om minstens de effecten van klimaatverandering in arme landen te kunnen opvangen en ook om die landen naar een duurzaam energiesysteem te kunnen leiden.

  • De discussie over “recht tot ontwikkeling”: bv China is nu een grote uitstoter van broeikasgassen maar historisch gezien een laatbloeier en zegt dat het land het recht heeft om de welvaart op peil te brengen. Idem voor India.

Het cultureel aspect van Noord-Zuid verhoudingen: sommige inheemse volkeren leefden of leven nog vanuit het principe: wat je wegneemt moet je ook teruggeven aan de aarde. Vooruitgangsdenken is vooral gefocust op economische groei: het rechtlijnig denken waar tegenover het circulair denken staat.

Het militair aspect: het forceren van toegang tot grondstoffen, desnoods met geweld. De toegang tot de oliemarkt en de Irakoorlog (maart 2003) is daar een voorbeeld van. In 1997 werd in de VS een denktank opgericht onder de naam “project for the new American century (PNAC)”. De oprichters waren Amerikaanse neoconservatieven die stelden dat de VS moest nastreven om (na de Koude Oorlog) een absolute supermacht moest worden (hegemonie verwerven) en daar naar moest handelen, wat neerkwam op: militair investeren, desnoods met geweld zorgen dat de economische motor van de VS blijft draaien. Energie is daar één aspect van.

Het PNAC vond dat Irak moest ingevallen worden, niet omwille van de olie in Irak maar om de macht van de OPEC te ondergraven om de olieprijs te kunnen bepalen. De verhalen van massavernietigingswapens of herstellen van democratie in Irak waren schuilmantels.

CASE Rwandese genocide

De genocide in Rwanda speelde zich af in april 1994 en is onderwerp van meerdere films (o.a. Hotel Rwanda) en documentaires. Het lijkt een etnisch conflict: de genocide op de Tutsi bevolking door radicale Hutu’s die werden opgezweept door haatpropaganda, verspreid door het regime van Habyarimana (o.a. via radio Mille Collines). In deze gruwelijke genocide werden op zeer korte termijn naar schatting 800.000 mensen afgeslacht.

Om dieperliggende oorzaken te vinden, moeten we teruggaan naar de kolonisatie van Rwanda (en Burundi) door België. Voor de kolonisatie waren etnische groepen goed geïntegreerd: ze spraken dezelfde taal, geloofden in dezelfde god, deelden dezelfde cultuur, woonden naast elkaar en deelden in veel gebieden de macht. De kiem voor de verdeeldheid tussen Hutu’s en Tutsi’s is gelegd in de koloniale tijd. De kolonisator en missionarissen bevoordeelden Tutsi’s omdat ze die zagen als nauwer verwant met de blanken dan Hutu’s.

In het koloniaal systeem had je “les cultures obligatoire” (bijvoorbeeld rubber in Congo): verplichte teelten van gewassen bestemd voor export naar de kolonisator. Rwanda is op korte termijn extreem afhankelijk geworden van een beperkt aantal exportgewassen, het meeste van koffie (80%). Ook na de onafhankelijkheid (1962) bleven productiestructuren en de afhankelijkheid van export bestaan.

Aan de vooravond van de genocide stuikt de prijs van koffie in elkaar. Rwanda kwam plots in de problemen met inkomsten van export. Het beleid moest besparen wegens verminderde inkomsten met gevolgen voor de dienstverlening aan de bevolking.

Dit speelt in een macro-economische context af: er was al lang een debat in de UNCTAD (VN-Conferentie inzake Handel en Ontwikkeling) die begaan was met de Noord-Zuidhandel, over een rechtvaardige economische orde (zie ook ontstaan van wereldwinkels). Er waren pogingen binnen UNCTAD, op vraag van het Zuiden, om voor belangrijke exportgewassen stabilisatiefondsen op te richten om grote fluctuaties in de prijs op te vangen. Dit is geprobeerd voor o.a. koffie, cacao maar in het neoliberale gedachtegoed kon dat niet (Reagan – Tatcher periode).

Klimaatverandering en geweld

Klimaat is een ’threat multiplier’, een versterkende factor. Er zijn studies die de invloed kwantificeren: een stijging van 1°C zou conflicten doen toenemen met 10%. De gebruikte methode om dat getal te komen is niet meteen duidelijk. In ieder geval is de impact weer groter op lage en midden inkomenslanden: die hebben minder mogelijkheden om het hoofd te bieden aan de gevolgen van klimaatgevolgen.

Volgens voorspellingen van de VN zou de klimaatverandering tegen 2050 tot 200 miljoen vluchtelingen leiden. Op dit moment zijn er 100 miljoen vluchtelingen o.a. door oorlogen.

CASE Syrische oorlog

In 2011 was er ongenoegen door een incident in de kleine zuidelijke stad Dera, een kleine stad in een landbouwregio waar enkele jongens worden gefolterd, zelfs gedood. Dat zette protest in gang door lang sluimerend ongenoegen omwille van het beleid (noodtoestand van kracht sinds 1963) maar ook ten gevolge van de economische toestand en klimaatproblemen.

Syrië heeft vanaf de jaren 50 tot 2011 een sterke bevolkingsstijging gekend en in diezelfde periode een dalende trend in neerslag. Het gaat om gemiddeld meer dan een kwart minder water voor meer monden. Er is ook falend waterbeleid door een bepaald soort irrigatielandbouw.

De Eufraat loopt door Syrië met stroomopwaarts Turkije.In de jaren 90 werden dammen aangelegd in Turkije (o.a. de Atatürkdam). Door het vullen van die dammen nam het debiet stroomafwaarts een tijd af, wat bijna tot een oorlog leidde.

Al deze factoren leidden tot opeenvolgende jaren van mislukte oogsten met als gevolg migratie van het platteland naar de steden op zoek naar werk in een context van beperkte economie. Dat leidt tot slechte leefomstandigheden en spanningen. De verarmde bevolking komt uiteindelijk in opstand waarbij de dictatuur niet de eerste factor is. Zolang onder een dictatuur alle monden gevoed kunnen worden, leidt die dictatuur niet noodzakelijk tot opstand.

Ook in Egypte, waar de Arabische lente ook aansluiting kreeg, waren het vooral sociaal-economische omstandigheden die tot opstand leidden. In Egypte via een enquête vastgesteld dat de motivatie om op straat te komen: 60% gaf aan dat de aanleiding een te laag inkomen was.

Op dit moment is de oogst van graan in Syrië veel moeilijker geworden. Het klimaat is daar een structureel probleem geworden.

 

CASE Tsjaadmeer

Het wateroppervlak van het Tsjaadmeer is sinds 1963 met 90% afgenomen. Het gaat gedeeltelijk om een klimaatfenomeen. Het meer is verdeeld over meerdere landen (Tsjaad, Niger, Nigeria, Kameroen).

Er was landbouw rond het Tsjaadmeer, veeteelt en visserij. Die drie groepen zijn van hun inkomsten beroofd. Een deel van de oorzaak heeft te maken met wanbeheer maar ook met verminderde neerslag in de Sahel regio. Er ontstaat groeiende competitie over land en water en de bevolking verarmt. Er is ook de context van de Libische oorlog waardoor wapens in circulatie komen.

Een zwakke staatsstructuur kan de problemen van mensen niet kan opvangen en onder al die omstandigheden krijg je een fenomeen als Boko haram dat een islamistische extremistische militie is die zich een filiaal noemt van Islamitische staat. De gerekruteerde leden worden gezien als fanatiekelingen maar als je dieper kijkt zijn de drijfveren sociaal-economisch.

Om het fenomeen Boko Haram (extremisme in het algemeen) te bestrijden moet je bewust zijn van de dieper liggende sociaal-economische oorzaken en die aanpakken. Ook het rekruteren bij ons bijvoorbeeld in Molenbeek heeft te maken met gelijkaardige grieven van mensen. Het kan zijn door uitsluiting omwille van afkomst, een uitzichtloze economische situatie, anti-imperialistische gevoelens (in voormalige kolonies), … .

NB: dit is het thema in de Belgische film Rebel

 

… wordt vervolgd …
Dit is nog niet het hele verhaal van de lezing op 10 december 2022. Het vervolg zal gaan over Veiligheidsbeleid en Militarisme.

Werner Verhoeven

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *